Klimaat


Klimaatadaptatie onder de Omgevingswet

Klimaatadaptatie onder de Omgevingswet

Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor ons laaggelegen land: een stijgende zeespiegel, wateroverlast door zware regenval, hittegolven, droogte en stormachtig weer. Juist door adaptatie aan klimaatverandering worden samenlevingen daarvoor minder kwetsbaar. Klimaatadaptatie vraagt echter regelmatig om ingrijpende ruimtelijke keuzes. Hoe moet bijvoorbeeld worden omgegaan met nieuwbouw in gebieden onder de zeespiegel? Hoe en waar kan meer verkoelend groen worden gerealiseerd, tegen de achtergrond van stedelijke verdichting? Nu naar verwachting op 1 juli 2022 de meeste regels over de fysieke leefomgeving landen in de Omgevingswet, vormt juist deze wet het omgevingsrechtelijke kader bij die keuzes. Welke kansen en mogelijkheden biedt de Omgevingswet waar het gaat om klimaatadaptatie? (meer…)

Klimaatadaptatie onder de Omgevingswet

Geen omgevingsvergunning door strijd met klimaatadaptatiebeleid

Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor het wonen in een verstedelijkte omgeving. Zo kunnen wateroverlast tijdens en na hevige buien, maar ook hittestress in toenemende mate problemen veroorzaken. In de stad nog eerder dan op het platteland. Nu klimaatadaptatie in het stedelijk gebied steeds belangrijker wordt ter afwenteling van die gevolgen, noopt dit tot de vraag of het college van burgemeester en wethouders omgevingsvergunningen mogen weigeren vanwege strijdigheid met het gemeentelijke klimaatadaptatiebeleid. Ja, zo oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak in een uitspraak van 15 december jl. In dit blog nemen we u mee langs de overwegingen die aan dit oordeel ten grondslag liggen, en werpen we een korte blik op de betekenis van klimaatadaptatiebeleid in het toekomstige omgevingsrecht. (meer…)

Aansprakelijkheid Shell voor klimaatverandering. Een ‘carbon major’ geconfronteerd met een reductiebevel

Aansprakelijkheid Shell voor klimaatverandering. Een ‘carbon major’ geconfronteerd met een reductiebevel

Na de Urgenda-uitspraken leek het slechts een kwestie van tijd te zijn alvorens niet alleen overheden, maar ook bedrijven geconfronteerd zouden worden met klimaatzaken waarin zij ter verantwoording worden geroepen voor hun CO2-uitstoot. Op 26 mei 2021 wees de rechtbank Den Haag, in een rechtszaak aangespannen tegen multinational Royal Dutch Shell (RDS) door onder andere Milieudefensie, een belangwekkend vonnis. In dit vonnis legde de rechtbank Shell een reductiebevel op, wat concreet betekent dat Shell alle aan de Shell-groep verbonden CO2-emissies uiterlijk in 2030 met 45% zal moeten hebben verminderd ten opzichte van de CO2-uitstoot in 2019. Een unieke en bijzondere uitspraak, nu er vooralsnog geen enkele andere zaak bekend is waarin een wereldwijd opererend bedrijf – waarbij CO2-emissies vaak plaatsvinden buiten het land waar de procedure aanhangig is gemaakt – een dergelijk reductiebevel opgelegd krijgt. Dit blog is een samenvatting van het artikel ‘Aansprakelijkheid Shell voor klimaatverandering. Een ‘carbon major’ geconfronteerd met een reductiebevel’, door Edward Brans en Martijn Scheltema, gepubliceerd in het tijdschrift Milieu en Recht. (meer…)

Klimaatverdrag geen rechtstreekse werking in zaak over bomenkap

Klimaatverdrag geen rechtstreekse werking in zaak over bomenkap

De Verenigde Naties (VN) vormen het belangrijkste orgaan voor internationale samenwerking rondom klimaatbeleid. Onder de verantwoordelijkheid van de VN is in 1994 het Raamverdrag Klimaatverandering (UNFCCC) in werking getreden. Dit verdrag is geratificeerd door bijna 200 landen, waaronder Nederland. Het uiteindelijke doel van het verdrag is de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op zo’n niveau dat er geen gevaarlijke wijzigingen in het klimaatsysteem optreden. Nu het verdrag zelf geen bindende doelstellingen voor de verlaging van de uitstoot van broeikasgassen bevat, is ter verdere uitwerking (onder meer) het Akkoord van Parijs gesloten (het Klimaatverdrag). Op 21 juli jl. bepaalde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat de artikelen 2 lid 1 sub b en 5 lid 1 van dit Klimaatverdrag niet dusdanig onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig geformuleerd zijn, dat deze artikelen binnen de Nederlandse rechtsorde door rechters zonder meer als objectief recht kunnen worden toegepast. (meer…)