Zwerfafval, met andere woorden afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn, zorgt nog altijd voor grote milieuvervuiling. Om rondslingerend plastic op land en in de zee een halt toe te roepen, hebben EU-lidstaten in de Europese Single Use Plastics Richtlijn (2019/904) afgesproken maatregelen te nemen die een significante en aanhoudende reductie bewerkstelligen van de consumptie van plastics voor eenmalig gebruik (de wegwerpplastics). Daarbij gaat het met name om de aanpak van kunststof drinkbekers en voedselverpakkingen. Zo mogen deze vanaf 1 juli 2023 niet langer gratis worden verstrekt en zijn vanaf 2024 wegwerpbekers- en bestek niet langer toegestaan op kantoor, in de horeca of op festivals. Herbruikbare bekers en voedselverpakkingen worden zo de norm. Ter implementatie van de richtlijn in Nederland trad op 3 juli 2021 het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik in werking. Enkele onderdelen uit het besluit worden nader uitgewerkt via de ministeriële regeling kunststof producten voor eenmalig gebruik. In dit blog nemen we u mee in de daarin opgenomen maatregelen en gaan we ook in op de inrichting van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) die geldt voor een aantal kunststofproducten.

Reductiemaatregelen om het gebruik van kunststof drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik te verminderen

De maatregelen ten aanzien van wegwerpplastics gelden overal waar wegwerpbekers en voedselverpakkingen worden gebruikt, en maken onderscheid in twee categorieën: consumptie voor onderweg, afhalen en bezorgen, en consumptie ter plaatse.

Consumptie voor onderweg, afhalen of bezorgen

Kunststof bevattende wegwerpbekers- en voedselverpakkingen bestemd voor consumptie voor onderweg, afhalen of bezorgen mogen vanaf 1 juli 2023 niet langer gratis worden verstrekt. Consumenten moeten hier dan dus een door de verkooppunten zelf bepaald bedrag voor gaan betalen. Daartoe zijn in de regeling (niet-bindende) richtbedragen opgenomen. Bijvoorbeeld €0,25 voor bekers, €0,50 voor een maaltijd (dit kan bestaan uit meerdere verpakkingen) en €0,05 voor voorverpakte groente, fruit en noten en portieverpakkingen.

Ondernemers moeten de consument daarbij wel steeds een herbruikbaar alternatief verstrekken (waarbij zij vrij zijn om te bepalen bij welk aankoopbedrag zij dit eventueel gratis doen), óf de consument erop wijzen dat hij of zij meegebrachte bekers of verpakkingen kan gebruiken. Via deze weg wil de staatssecretaris consumenten stimuleren om te kiezen voor herbruikbare alternatieven.

Consumptie ter plaatse

De regels met betrekking tot consumptie ter plaatse, bijvoorbeeld op festivals en evenementen, zijn verstrekkender. Kunststof bevattende wegwerpbekers en voedselverpakkingen worden per 2024 verboden, wat voor evenementen concreet betekent dat er alleen nog gebruik gemaakt mag worden van herbruikbare bekers. Hierop geldt een belangrijke uitzondering: wegwerpbekers en voedselverpakkingen zijn toegestaan wanneer deze ter plaatse worden ingezameld en aangeboden voor hoogwaardige recycling. Hoogwaardige recycling betekent in deze regeling dat er weer nieuwe bekers of voedselverpakkingen van gemaakt kunnen worden en het materiaal zo dus weer terug komt als voedselcontactmateriaal. Nog niet alle producten zijn hoogwaardig recyclebaar. Zo komen bijvoorbeeld PLA-bekers of koffiebekers, die een plastic laagje bevatten, niet in aanmerking voor deze uitzondering. Daarvoor moeten dus herbruikbare alternatieven of volledig plasticvrije varianten in de plaats komen. Aan de hoogwaardige recycling wordt een minimum inzamelingspercentage gekoppeld, jaarlijks met 5% oplopend van 75% in 2024 tot 90% in 2027.

Interessant is dat als er via een Algemene plaatselijke verordening (APV) strengere regels gelden en daarin bijvoorbeeld het gebruik van herbruikbare bekers op evenementen verplicht is gesteld, de regels van de APV voor gaan en het verstrekken van wegwerpplastics alsnog geen optie is. Tot slot zijn zorginstellingen en gesloten inrichtingen uitgezonderd van de maatregelen uit de regeling.

Inrichting van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV)

De regeling bevat ook een nadere uitwerking van de wijze waarop de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid bij zwerfafval wordt ingericht. Producenten zijn met de UPV verantwoordelijk voor de kosten die gemoeid zijn bij het opruimen van zwerfafval door of namens publieke gebiedsbeheerders. Ook krijgen producenten de verplichting tot het nemen van bewustwordingsmaatregelen. Om de effectiviteit van de doelstellingen en de maatregelen te monitoren, is de staatssecretaris voornemens partijen bijeen te brengen om zo de zwerfafvalaanpak en preventiemaatregelen op elkaar af te stemmen en nader vorm te geven.

De staatsecretaris ziet dit pakket maatregelen als goede aanvullingen op het huidige beleid dat gericht is op het zorgvuldiger omgaan met grondstoffen om zo de afhankelijkheid van (fossiele) grondstoffen te verkleinen, zwerfafval te voorkomen en verder toe te werken naar een circulaire economie. Het effect van het pakket maatregelen moet uiteraard nog blijken. De resultaten van eerdere regelgeving op dit gebied zijn in elk geval hoopgevend: het verbod op het gratis verstrekken van plastic tassen is met een afname van het aantal plastic tassen met 70% sinds de invoering daarvan, in 2016, succesvol gebleken. In 2024 vindt een evaluatie van de regeling plaats en zal naargelang de behaalde resultaten bekeken worden of de maatregelen aangepast of verscherpt moeten worden.

Raadpleeg hier de Kamerbrief van staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat van 29 maart 2022.