De aanleg van wind- en zonneparken is een regelmatig terugkerend thema in de bestuursrechtspraak. De flinke opgave voor wind en zon, zoals vastgelegd in de regionale energiestrategieën, leidt immers niet zelden tot weerstand in de omgeving. Vaak spelen daarbij lastige juridische kwesties. Is een burger bijvoorbeeld belanghebbende als hij vanaf slechts een deel van zijn perceel zicht zal hebben op een grootschalige energieopwekkingsinstallatie, of is er meer nodig? En in hoeverre kan de lokale overheid de nationale duurzame energiedoelstellingen redelijkerwijs meenemen in besluiten over wind- en zonneparken in een bosrijk landschap? Onder andere op deze vragen geeft de Afdeling antwoord in een uitspraak van 21 december jl.

Wat speelde er?

Sunvest Ontwikkeling B.V., een bedrijf dat grond koopt en huurt om zonneparken op te realiseren, krijgt van het college van burgemeesters en wethouders van Zeewolde een omgevingsvergunning om een zonnepark op te richten. Dit zonnepark, met een beoogde grootte van 7,6 hectare, waarvan 4,6 hectare bestaande uit zonnepanelen, zou voor een periode van 25 jaar worden gerealiseerd aan de rand van het bosgebied Horsterwold.

Camping Het Polderbos B.V., eveneens gelegen in de buurt van het bosgebied, is hier niet over te spreken. De campingeigenaars zijn van mening dat een grootschalige energieopwekkingsinstallatie in de directe nabijheid van de camping ernstige afbreuk doet aan de belevingswaarde van de omgeving. Zij vrezen dan ook negatieve gevolgen te ondervinden van het zonnepark, zoals een vermindering van het aantal campinggasten. Deze willen immers genieten van de (ongerepte) natuur.

Verdere argumenten die de camping in de bezwaar- en beroepsfase aandraagt tegen de vergunning zijn dat er sprake zou zijn geweest van vooringenomen besluitvorming, en dat het zonnepark het Natuur Netwerk Nederland zou aantasten. Ook betoogt de camping dat er helemaal geen draagvlak voor het zonnepark in de samenleving bestaat, en dat de camping onvoldoende betrokken is geweest bij de besluitvorming.

De rechtbank verklaart het beroep van de camping niet-ontvankelijk nu de camping geen belanghebbende zou zijn. Het perceel van de camping grenst immers niet direct aan het zonnepark, aangezien de percelen van elkaar gescheiden zijn door een natuurstrook met dichte bebossing. De toegangsweg naar de camping – die door de camping wordt gepacht – raakt het projectgebied weliswaar op één punt, maar dit is volgens de rechtbank onvoldoende om te kunnen spreken van een rechtstreeks belang bij het bestreden besluit. Aan een inhoudelijke beoordeling van het verhaal van de camping komt de rechtbank dan ook niet toe.

Hoe oordeelt de Afdeling?

In hoger beroep oordeelt de Afdeling anders. De Afdeling meent dat de camping als pachter van een aangrenzend perceel wél belanghebbende is bij het besluit, nu er vanaf een gedeelte van de toegangsweg enig zicht zal bestaan op het qua omvang niet geringe zonnepark. Volgens de Afdeling is dit voldoende om te kunnen spreken van gevolgen van enige betekenis, zodat de Afdeling, in tegenstelling tot de rechtbank, wel toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van beroepsgronden van de camping.

Centraal staat vervolgens de vraag of het college bij de afweging van belangen in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan het algemeen belang dat is gediend met de komst van een zonnepark, dan aan het belang van de camping bij het behoud van de bestaande situatie. Waar het gaat om het belang van het behoud van de bestaande situatie, neemt de Afdeling onder andere in overweging dat het al jaren mogelijk was om het projectgebied met nieuwe functies in te vullen. Verder zal het zonnepark na realisering niet zodanige negatieve gevolgen hebben voor de camping dat het college om die reden het besluit niet had mogen nemen. Dit laatste volgt onder andere uit het gegeven dat aan de omgevingsvergunning de voorwaarde is verbonden dat Sunvest het zonnepark pas in gebruik mag nemen als de inrichting conform het vastgestelde landschapsplan is aangebracht. Dat betekent dat het boskarakter van het gebied tot op zekere hoogte behouden blijft. De Afdeling hecht uiteraard ook belang aan het feit dat het te bouwen zonnepark een bijdrage zal leveren aan het behalen van de doelstellingen voor duurzame energie. Hiermee knoopt de Afdeling aan bij eerdere overwegingen in uitspraken over de aanleg van zonneparken, zie bijvoorbeeld een uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2020, waarin in r.o. 5.1 wordt overwogen dat “de raad in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan de doelstelling om de productie van duurzame energie te verhogen dan aan de mogelijke negatieve gevolgen voor de landschappelijke kwaliteit”.

Ook de overige betogen, zoals de mogelijke vooringenomen besluitvorming of dat het zonnepark het Natuur Netwerk Nederland zou aantasten, slagen niet. De overweging over het maatschappelijke draagvlak is nog in het oog springend. De Afdeling overweegt in dat kader allereerst dat Sunvest zich weliswaar heeft ingespannen om het draagvlak en de participatie te bevorderen, maar stelt voorop dat nergens uit blijkt dat er sprake is van een harde beleidsmatige randvoorwaarde waaraan de consequentie is verbonden dat de vergunning niet zou mogen worden verleend als draagvlak ontbreekt. Dit is in lijn met eerdere jurisprudentie (zoals een uitspraak van de Afdeling van 1 april 2020, een uitspraak van 23 oktober 2019). Ook een uitspraak van 18 december 2019 laat zien dat overheden participatie op basis van beleid kunnen meenemen in de beoordeling van de aanvaardbaarheid van een hernieuwbaar energieproject.

Het uiteindelijk oordeel van de Afdeling is dan ook dat het beroep van de camping ongegrond is, en dat de omgevingsvergunning rechtmatig is verleend. Sunvest mag beginnen aan de realisatie van het zonnepark.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2923.

Vond u deze post interessant? Abonneer u vandaag nog op onze Nieuwsbrief Klimaat en energietransitie. Zo bent u altijd op de hoogte van relevante (juridische) ontwikkelingen en actualiteiten op het gebied van bijvoorbeeld klimaatdoelstellingen, energietransitie, schone mobiliteit en circulaire economie. Daarnaast posten wij regelmatig interessante content op onze Klimaat en energietransitie pagina op LinkedIn. Volg ons om up-to-date te blijven.