De 21ste tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Bu Chw) richt zich op twee kwesties die in Nederland hoog op de agenda staan: woningzoekenden die nog altijd grote moeite hebben om een geschikte plek te vinden, en de luchtkwaliteit binnen het bredere kader van klimaatverandering. Met de nieuwste tranche worden aan de Chw niet alleen vier experimenten toegevoegd die zien op het woningtekort in Nederland (lees daarover meer ons vorige blog). Ook bevat het nieuwe uitvoeringsbesluit een tweetal experimenten die betrekking hebben op het versneld toepassen van innovatieve technieken in stallen en het bieden van een instrumentarium om overbelasting van geur, ammoniak en fijnstof terug te dringen. In dit blog gaan wij dieper in op deze experimenten.

Innovatieve stalsystemen (artikel 7ae Bu Chw)

Binnen de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel bestaat de wens om versneld innovatieve technieken toe te passen in stallen. Dit ter vermindering van stalemissies. De bestaande regelgeving voor het goedkeuren van nieuwe technieken biedt daar op dit moment onvoldoende mogelijkheden voor. Het experiment van artikel 7ae Bu Chw creëert twee manieren om innovaties te versnellen. Ten eerste via het realtime meten van de ammoniakemissie met sensoren, waar het op dit moment alleen mogelijk is om ammoniak vanuit een veehouderij te berekenen met emissiefactoren en emissiereductiepercentages. Met een feitelijke meting heeft de veehouder – en mogelijk derden – direct inzicht in wat het effect is van keuzes in techniek en maatregelen, zoals aanpassingen in voer, temperatuur of luchtinlaat, en is eventuele bijstelling direct mogelijk.

Ten tweede biedt de zogenaamde proefstalregeling ammoniak en fijnstof voor het lokale bevoegd gezag (meestal burgemeester en wethouders) de mogelijkheid via maatwerk toestemming te geven voor het toepassen van innovatieve stalsystemen. Aan de hand van lokale omstandigheden beoordeelt het bevoegd gezag of de gewenste innovatieve stal op die locatie kan worden gerealiseerd. In het besluit voor het vaststellen van een bijzondere emissiefactor of emissiereductiepercentage neemt het bevoegd gezag vervolgens een meet- en rapportageverplichting op. In de situatie dat een veehouder een innovatieve stal of een innovatieve additionele techniek wil gebruiken die op meerdere locaties wordt toegepast en waar al metingen worden verricht, kan het bevoegd gezag besluiten van die meetverplichting af te zien. Als na realisatie en metingen blijkt dat de emissie hoger is dan verwacht, biedt dit experiment instrumenten om aanvullende eisen te stellen of om een omgevingsvergunning (gedeeltelijk) in te trekken ter bescherming van de fysieke leefomgeving.

Dit artikel is tot 1 januari 2025 van toepassing binnen de genoemde provincies.

Geur en Schone Lucht Akkoord (artikel 7af Bu Chw)

Op 13 januari 2020 ondertekende de rijksoverheid samen met gemeenten en provincies het Schone Luchtakkoord, dat met verschillende maatregelen inzet op de verbetering van de Nederlandse luchtkwaliteit met als doel de gezondheidsschade door luchtvervuiling van binnenlandse bronnen in 2030 te halveren. Artikel 7af Bu Chw geeft invulling aan de Pilot Landbouw emissiereducties, één van de onderdelen van het akkoord.

Het experiment voorziet daartoe voor de provincies Gelderland, Limburg en Noord-Brabant in een instrumentarium om bij overbelaste situaties van geur, ammoniak en fijnstof in te kunnen grijpen en met oog voor de belangen van de veehouders te werken aan een duurzame en innovatieve veehouderij. De regeling is van toepassing op veehouderijen die vallen onder de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het gaat om maatregelen die zien op:

  • Het voorschrijven van verdergaande maatregelen dan verplicht volgens het Besluit emissiearme huisvesting, ter vermindering van de emissie van geur, ammoniak of zwevende deeltjes. Reden hiervoor kan bijvoorbeeld zijn dat specifieke milieuomstandigheden hierom vragen. Ook lokale ambities voor verbetering van de luchtkwaliteit kunnen reden zijn om strengere maatregelen voor te schrijven;
  • Het stellen van maatwerkvoorschriften in geval van onaanvaardbare geurhinder;
  • Het afwijken van de regeling voor intern salderen en de 50%-regeling voor geur. Deze laatste regeling maakt het voor veehouderijen, die niet aan de geurnorm voldoen, mogelijk om toch uit te breiden wanneer de veehouder geurbelastingreducerende maatregelen neemt. De totale geurbelasting moet dan met 50% afnemen ten opzichte van de normoverschrijdingen. Deze norm kan aan de hand van dit Chw-experiment strenger gesteld worden.

Als het gaat om een vergunningplichtige veehouderij, dan creëert dit artikel ook:

  • Een aanvullende grondslag voor ambtshalve wijziging of intrekking van de vergunning. Dit kan aan de orde zijn wanneer er betere technieken beschikbaar zijn dan waarvan is uitgegaan in de verleende vergunning of een wijziging van specifieke milieuomstandigheden hierom vraagt;
  • Een aanvullende weigeringsgrond vanwege de aard of locatie van de activiteit.

Raadpleeg hier het besluit van 8 april 2021 tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche)).