Wereldwijd is er een enorme toename aan klimaatzaken. In totaal zijn er al meer dan 1.450 aanhangig gemaakt. Hoewel veel van deze procedures zich tegen overheden richten, lijkt ook sprake te zijn van een toename aan procedures tegen ondernemingen. Daarbij gaat het onder meer om de carbon majors en om partijen die investeringsbeslissingen nemen en daarmee invloed hebben op de carbon footprint van bedrijven. In hoofdstuk 5 van het onlangs verschenen boek “2030: het juridische instrumentarium voor mitigatie van klimaatverandering, energietransitie en adaptatie in Nederland” signaleren Edward Brans en Katrien Winterink, beiden werkzaam bij Pels Rijcken, trends en ontwikkelingen op dit gebied. Is het aannemelijk dat deze claimbereidheid verder toeneemt, om zo private ondernemingen ertoe te bewegen maatregelen te nemen om broeikasgasemissies (verder) te beperken?

Steeds meer klimaatzaken

Zoals gezegd heeft het aantal klimaatzaken een flinke vlucht genomen. In 2005 waren dit er nog maar zo’n 250 wereldwijd. Inmiddels zijn meer dan 1.450 klimaatzaken aanhangig gemaakt in 28 verschillende jurisdicties. 80-85% van de klimaatzaken betreft een vordering tegen een overheid, maar ook het aantal zaken dat wordt aangespannen tegen particuliere ondernemingen is zichtbaar gestegen.

Dit heeft onder meer te maken met de enorme toename aan (gedetailleerde) data, op nationaal, Europees en internationaal niveau, over de Greenhouse gas emission performance van grote bedrijven. Zo zijn de binnen de EU gevestigde bedrijven die onder het EU ETS-systeem vallen gehouden om jaarlijks te rapporteren over hun broeikasgasemissies. Aan de hand van deze informatie wordt steeds duidelijker welke rol particuliere ondernemingen spelen in de uitstoot van broeikasgassen. Niet alleen zijn er openbare rapporten beschikbaar over de broeikasgasemissies van specifieke elektriciteitscentrales en industriële installaties, maar ook van vliegmaatschappijen en van de zogenaamde carbon majors: bedrijven die door eigen toedoen dan wel door het op de markt brengen van fossiele brandstoffen voor een aanzienlijke cumulatieve uitstoot van broeikasgassen zorgen. De cijfers zijn soms zo gedetailleerd dat zelfs binnen ondernemingen kan worden nagegaan wat de uitstoot is van specifieke delen van de inrichting.

Naast de EU ETS verplichten ook andere regimes tot het rapporteren van emissiegegevens, op basis waarvan ook andere partijen zoals supermarkten, banken, waterbedrijven en nationale en lokale overheden met een aanzienlijke uitstoot zijn gehouden om de omvang van broeikasgasemissies te registreren. Daarnaast bestaan er de vrijwillige registratiesystemen die inmiddels zijn ontwikkeld en in gebruik zijn.

Hoe meer data er beschikbaar is over de omvang van de uitstoot van dergelijke particuliere ondernemingen, hoe groter uiteraard de kans is dat deze ondernemingen hiermee (voor de rechter) geconfronteerd zullen worden.

Tegen welke bedrijven?

Edward Brans en Katrien Winterink halen in het hoofdstuk diverse van deze klimaatzaken aan, waarvan de claims zich richten op verschillende doelen. Bijvoorbeeld het verminderen, voorkomen of beperken van uitstoot, of het verkrijgen van schadevergoeding. Ook claims van aandeelhouders tegen voorgenomen vervuilende investeringen van het bedrijf waarvan zij zelf aandeelhouder zijn, passeren de revue. Overigens beperkt dit shareholder activism zich vaak niet enkel en alleen tot het eisen dat de omvang van broeikasgasemissies kenbaar wordt gemaakt, maar wordt ook vaak ingezet op transparantie ten aanzien van de klimaatrisico’s waaraan de bedrijven waarin is geïnvesteerd blootstaan en de wijze waarop in het verleden is omgegaan met kennis met betrekking tot het bestaan van klimaatrisico’s.

Naast de ondernemingen die zelf vervuilende werkzaamheden verrichten, worden ook ondernemingen die deze werkzaamheden financieel ondersteunen steeds vaker onder de loep genomen. Zo komt er meer aandacht voor het investeringsbeleid van onder andere pensioenfondsen en banken. Klimaatzaken tegen bedrijven in de financiële sector waren tot voor kort wellicht zeldzaam, maar ook dat lijkt dus te veranderen. Het merendeel van deze zaken lijkt overigens betrekking te hebben op het niet of onvoldoende in kaart brengen van de uitstoot van broeikasgassen die door deze investeringen plaatsvindt, en daarmee het bijdragen van deze investeringen aan klimaatverandering, dan wel het onvoldoende rapporteren over de klimaatrisico’s van deze investeringen waardoor rendementen onder druk kunnen komen te staan.

Ten slotte kunnen ook verzekeraars geconfronteerd worden met klimaatgerelateerde claims. Niet alleen is de schade veroorzaakt door natuurrampen toegenomen, maar ook de vraag of een klimaatgerelateerde gebeurtenis onder een afgesloten polis valt speelt in geschillen vaker een rol. Naast een toename aan geschillen over de vraag of de gevolgen van een klimaatgerelateerde gebeurtenis onder een afgesloten verzekeraarspolis vallen, is niet onwaarschijnlijk dat verzekeraars ook op een andere manier een rol gaan spelen in het klimaatdebat. Zo zullen polisvoorwaarden worden aangepast zodat helder is dat klimaatgerelateerde risico’s worden uitgesloten of juist verzekerbaar worden, en is ook voorstelbaar dat in polisvoorwaarden eisen worden opgenomen om klimaatschade te voorkomen, bijvoorbeeld door beperkingen van de uitstoot aan broeikasgassen.

Conclusie

Kortom, particuliere ondernemingen worden steeds vaker aansprakelijk gesteld voor schade door klimaatverandering. Omdat er in veel procedures nog geen eindbeslissing is, is overigens nog niet zeker dat de toename aan klimaatzaken ook als resultaat heeft dat private ondernemingen daadwerkelijk meer maatregelen zullen nemen om broeikasgasemissies (verder) te beperken. De verwachting is in elk geval dat dit type zaken in de toekomst alleen maar verder zal toenemen. Een juridische procedure is immers bij uitstek een middel om druk uit te oefenen en te bewerkstelligen dat broeikasgasemissies worden beperkt. Ook zal de kritischere houding van investeerders en aandeelhouders er naar verwachting toe leiden dat bedrijven de noodzaak om verdergaande reductiemaatregelen te nemen steeds meer zullen inzien (lees daarover bijvoorbeeld dit blog). Een waardevol inzicht ten tijde van de energietransitie.