Tijdens haar eerste State of the Union kondigde de voorzitster van de Europese Commissie Ursula von der Leyen een nieuw voorstel van de Europese Commissie (EC) aan. De Commissie stelt voor om de Europese doelstelling voor de broeikasgasreductie aan te scherpen van 40% naar 55% reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Dit zal de Europese Unie (EU) op het juiste pad brengen om de klimaatdoelstelling van Parijs te halen. Op donderdag 17 september 2020, een dag na de toespraak van Von der Leyen, publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor het aanscherpen van de Europese klimaatambities voor 2030. In deze blog brengen wij u op de hoogte van de hoofdlijnen van het voorstel.

Noodzaak voor een aangescherpt beleid

Het huidige klimaatbeleid van de Europese Unie stelt de unie volgens de EC niet in staat om aan de verplichtingen van Parijs te voldoen. Voorspellingen wijzen erop dat de EU, zonder extra maatregelen, in 2050 uitkomt op een broeikasgasreductie van 60% ten opzichte van 1990. Dat is niet voldoende om aan Parijs te kunnen voldoen. Om in 2050 klimaatneutraal te zijn, zullen volgens de Europese Commissie extra maatregelen nodig zijn.

Hoewel grote emissiereducties zijn bereikt door het sluiten van kolencentrales en het verduurzamen van energie-intensieve industrieën, blijft de verduurzaming van de transportsector, landbouwsector en de gebouwde omgeving volgens de Europese Commissie achter. Aangezien in alle sectoren grote veranderingen nodig zijn om klimaatneutraal te worden, dient de Europese Unie extra maatregelen te nemen. Deze maatregelen moeten op korte termijn aanvangen omdat anders te weinig tijd overblijft voor de noodzakelijke transitie.

De Europese Commissie signaleert bovendien dat het risico op “carbon lock-in” toeneemt door het toegenomen kortetermijndenken als gevolg van de Corona-crisis. Tot slot wijzen nieuwe wetenschappelijke inzichten erop dat de aanvankelijk veronderstelde risico’s van temperatuurstijging kunnen hebben onderschat. Het IPCC wees recent op een verhoogd risico op het bereiken van het tipping point bij lagere temparturen (zie hierover: Lenton et al.).

Economische dimensie

Op basis van een Impact Assessment concludeert de Europese Commissie dat een emissiereductie van 55% in 2030 ten opzichte van 1990, economisch zowel haalbaar als bevorderlijk is. De EC wijst erop dat het bereiken van een emissiereductie van 55% in 2030 niet alleen tot de realisatie van de klimaatdoelen in 2050 kan leiden. Een toename in de emissiereductie is namelijk mogelijk op een rechtvaardige manier en kan duurzame economische groei opleveren. Bovendien leidt een versnelde transitie tot betere levensomstandigheden vanwege schonere lucht en daarmee tot een verbetering van de volksgezondheid.

Actie in alle sectoren

Ten einde de reeds bestaande en de nieuw voorgestelde klimaatdoelen te bereiken, is actie in alle sectoren nodig. De Europese Commissie zal in de aankomende negen maanden klimaat- en energiewetgeving evalueren en nieuwe regelgeving voorbereiden. In de recente communicatie wordt al aandacht besteed aan sectoren waarvoor aanvullende regels worden verwacht:

  • Energiesector

De energiesector is verantwoordelijk voor 75% van de broeikasgasemissie in de Europese Unie. Het verduurzamen van het energiesysteem is daarom cruciaal in de transitie naar een klimaatneutrale economie. De EC stelt dat bestaande regelgeving rondom de integratie van energiesystemen, waterstof en batterijen belangrijke mogelijkheden creëren voor duurzame energiedragers. In toevoeging daarop zullen extra maatregelen worden getroffen ten aanzien van de renovatie van de gebouwde omgeving (energie-efficiëntie), de offshore energiestrategie, duurzame en slimme mobiliteitsstrategie, en alternatieve brandstoffen voor de lucht- en scheepsvaart.

  • Gebouwde omgeving

De gebouwde omgeving is in Europa verantwoordelijk voor 36% van de broeikasgasemissie en verantwoordelijk voor 40% van het energieverbruik. In de gebouwde omgeving kan volgens de EC op een kostenefficiënte manier een emissiereductie worden bewerkstelligd. De EC zet daarom in op de verbetering van de energie-efficiëntie van de gebouwde omgeving.

  • Transport

De transportsector zal zijn aandeel in hernieuwbare energie moeten verhogen tot 24% in 2030. Zowel vervoer per weg en spoor, luchtvaart als scheepsvaart zullen moeten bijdragen aan de emissiereductie. Hiertoe is volgens de EC een mix tussen efficiëntieverbeteringen, veranderingen in brandstofmix, gebruik van duurzame vervoermiddelen en digitalisering nodig. De EC zal in juni 2021 met aanvullende plannen komen, zoals aangescherpte CO2-standaarden voor auto’s en busjes.

  • Landgebruik

De natuurlijke omgeving heeft een grote potentie in het tegengaan van klimaatverandering. Om klimaatneutraal te worden zal de natuur in 2030 een opslagcapaciteit van minimaal 300 miljoen ton CO2-equivalant moeten hebben. Bovendien onderzoekt de EC de mogelijkheden voor een klimaatneutrale landbouw, landgebruik, en bosbouw sector.

De Europese Commissie komt in juni 2021 met voorstellen voor nieuwe regelgeving ten einde 55% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990 te bereiken. Regels worden onder andere verwacht op het gebied van het beprijzen van emissies, energie-efficiëntie, duurzame energie, uitstoot van het wegverkeer, landbouw, landgebruik en bebossing.

Het is nog niet duidelijk wat de verhoging van de EU-doelstelling voor Nederland gaat betekenen. In de Klimaatwet is nu een streefdoel van 49% emissiereductie in 2030 opgenomen. De aanpassing van de EU-doelstelling zal naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een aanpassing van de Nederlandse doelstelling, maar wat die doelstelling dan gaat worden is nog onduidelijk.

Raadpleeg hier de recente communicaties van de Europese Commissie:
Europese Commissie, COM(2020) 562, 17.9.2020 (Stepping up Europe’s 2030 climate ambition)