In Nederland gooien we per persoon per jaar bijna 490 kilo afval weg. En de coronacrisis heeft dit cijfer nog eens verhoogd. Niet alleen is in deze periode de hoeveelheid (plastic) afval afkomstig van huishoudens in korte tijd sterk gestegen. Ook is als gevolg van de lagere olieprijs de prijs van nieuw plastic gedaald, met een slechtere concurrentiepositie van recyclaat tot gevolg. Mede door verminderde productie, onder meer in de auto-industrie, kampen recyclingbedrijven bovendien met een moeilijke afzet. Waar het afvalvraagstuk al urgent was, is dit kortom momenteel nog prangender. Daarom is er een breed pakket aan maatregelen geformuleerd, waar het verpakkingenbeleid een belangrijk onderdeel van vormt. Waar het gaat om verpakkingen is volgens staatssecretaris van Veldhoven van Milieu niet alleen de kwaliteit van inzameling en recycling van belang, maar ook en vooral het meermalig hergebruiken.

Europese recycle doelstellingen, aangevuld met afspraken over hergebruik

De Europese wet- en regelgeving op het gebied van verpakkingen en afval verandert. Dit heeft ook gevolgen voor het Nederlandse beleid en voor partijen die verpakkingen op de markt brengen. De Europese Waste Framework Directive brengt met zich mee dat producenten van verpakte producten er zorg voor moeten dragen dat in 2025 50% van de kunststof verpakkingen voor recycling wordt aangeboden, oplopend tot 55% in 2030. Deze norm blijft ondanks corona van kracht. Nederland heeft in 2017 een recyclepercentage van 35-39% van het kunststof verpakkingsafval behaald en trekt er hard aan om de EU-doelstelling van 50% recycling in 2025 te realiseren. Voor alle soorten verpakkingen samen, dus niet alleen plastic maar bijvoorbeeld ook metaal, hout of papier, geldt een EU-recyclingdoel van 50% voor 2020 en 70% voor 2030. Nederland is hierin ambitieuzer en wil al in 2021 70% van het totale verpakkingsafval gerecycled hebben.

Staatssecretaris van Veldhoven wil naast de doelstellingen voor gerecycled afval echter nog een stap verder gaan, zo schrijft zij in een recente Kamerbrief. Daarom heeft zij samen met het verpakkend bedrijfsleven als concrete circulaire doelstelling voor 2025 ook afgesproken meer nadruk te leggen op hergebruik oftewel het meermalig hervullen van verpakkingen. Hergebruik mag daarbij dan bij toetsing aan de recyclenorm, vastgesteld per materiaalsoort, worden meegeteld. Want “recyclen is goed, hergebruik is nóg beter”, aldus de staatssecretaris. Doel hiervan is producenten te stimuleren systemen op te zetten waarmee verpakkingen behouden blijven en meermaals in de keten kunnen circuleren. Aan de voorkant van de keten zal dan moeten worden gewerkt aan het beter ontwerpen van verpakkingen, waar aan de achterkant de capaciteit voor inzameling, sortering, nascheiding en recycling moet worden vergroot.

In dit verband noemt de staatssecretaris ook het vergroten van ‘duidelijkheid bij de bron’, zodat huishoudens goed weten welke verpakking in welke afvalbak hoort en afval op de juiste manier wordt gescheiden. In dat kader zijn er door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het verpakkend bedrijfsleven nieuwe afspraken gemaakt over de gezamenlijke inzameling van plastic, metaal en drankkartons (PMD). Alle verpakkingen vallen in de categorie PMD, met als enige uitzonderingen glas en oud-papier. Gemeenten en het verpakkend bedrijfsleven zetten gezamenlijk een communicatiecampagne op om voor heel Nederland helder te communiceren over de inhoud van de PMD-bak.

Zowel de Europese recycledoelen als de aanvullende Nederlandse circulaire doelen worden per 2021 als handhaafbare normen opgenomen in het Verpakkingenbesluit. Nederland is het eerste Europese land dat naast de recycledoelstellingen ook circulaire doelen vastlegt. Tegelijkertijd is Nederland voornemens zich er voor in te zetten dat circulaire doelstellingen als deze ook op EU-niveau het uitgangspunt worden.

Plastic wegwerpproducten ook in Nederland volgend jaar verboden

Binnen het bredere maatregelenpakket wordt per 3 juli 2021 ook het verbod op bepaalde plastic wegwerpproducten van kracht. Deze maatregel vloeit voort uit het Single Use Plastic Proposal van de Europese Commissie. Lees over deze richtlijn ook ons eerdere blogbericht. In de richtlijn zijn eisen opgenomen voor kunststof(verpakkingen) voor eenmalig gebruik. Niet alleen plastic bordjes, plastic bestek, plastic roerstaafjes en rietjes gaan uit de schappen verdwijnen, ook voedsel- en drankverpakkingen van piepschuim en verpakkingen gemaakt van oxo-degradeerbare kunststoffen worden verboden. Ook wordt voorgeschreven dat doppen en deksels aan drankverpakkingen bevestigd moeten blijven. PET-flessen moeten in 2025 25% recyclaat en in 2030 30% recyclaat bevatten. De overheid gaat consumenten bovendien informatie geven over herbruikbare alternatieven voor deze plastic producten, over mogelijkheden voor goed afvalbeheer en de gevolgen van plastic afval voor het milieu. De implementatie van de richtlijn en de maatregelen voor consumptievermindering van drank- en voedselverpakkingen worden na de zomer uitgewerkt.

Statiegeld op kleine plastic flesjes en blikjes

Eind april van dit jaar werd ook duidelijk dat per 1 juli 2021 statiegeld op kleine plastic flesjes wordt ingevoerd. Dit ter voorkoming van met name zwerfafval. Per flesje (< 1 liter) wordt straks 15 cent statiegeld gerekend. Voor grote flessen (> 1 liter) blijft het 25 cent. Ook hierover schreven wij eerder een blog. Flesjes kunnen straks worden ingeleverd bij grote supermarkten, via cateraars, op treinstations met bemande verkooppunten en bij grote tankstations langs de weg. Horeca en kleine bedrijven zijn uitgesloten van de inzamelingsverplichting. Scholen en sportverenigingen kunnen zelf kiezen of zij een innamepunt willen worden.

De volgende stap is het aantal blikjes dat in het milieu terecht komt te verminderen. In het najaar van 2021 moet het percentage blikjes in het zwerfaval zijn afgenomen met 70-90% minder. Lukt dat niet, dan volgt ook statiegeld op blikjes.

Europese Plastic Pact

Dan is het tot slot nog goed te wijzen op het Europese Plastic Pact, gesloten op 6 maart 2020. Het  pact richt zich op alle kunststoffen die worden gebruikt in verpakkingen en in producten die eenmalig gebruikt en die in de Europese Economische Ruimte op de markt worden gebracht. Ook niet-EU-landen als Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben het pact ondertekend, evenals andere actoren uit het publiek-private netwerk van stakeholders. Inmiddels zijn dat er meer dan 100.

Per 2025 streven partijen naar:

  1. Het volledig recyclebaar maken van plastic verpakkingen en deze waar mogelijk geschikt maken voor hergebruik;
  2. Het onnodig verminderen het gebruik van plastic en het verminderen van het gebruik van plastic gemaakt uit aardolie met ten minste 20% (het aandeel van fossiele brandstof dat wordt gebruikt om nieuwe kunststoffen te produceren, blijft namelijk groeien) ;
  3. Het vergroten van de huidige capaciteit van inzameling, sortering en recycling met ten minste 25%;
  4. Het gebruik van ten minste 30% gerecycled plastic in nieuwe verpakkingen en producten.

Dit pact creëert weliswaar geen rechten of plichten onder nationaal, Europees, of internationaal recht, toch is ondertekening niet vrijblijvend. Ieder jaar wordt de voortgang van de deelnemers aan de hand van de doelen gemonitord en ook worden zij geacht een voortgangsrapport in te dienen.