De gemeenten staan in het kader van de energietransitie de komende jaren voor verschillende uitdagingen. Bijvoorbeeld de ruimtelijke inpassing van windturbines en zonnepanelen, transport en opslag van warmte en het verduurzamen van wijken. Daarbij komt dat de Omgevingswet ingevoerd gaat worden. Ook dit is nieuw en de inzet van het instrumentarium van de Omgevingswet voor de energietransitie zorgt voor een extra uitdaging. Om hierin ondersteuning te bieden heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een kennis- en leerprogramma met acht proefgemeenten ervaring op gedaan. De proefgemeenten hebben onderzocht op welke wijze de Omgevingswet kan worden ingezet om de gewenste doelen te behalen. De resultaten van dat kennis- en leerprogramma zijn op 8 april jl. gepubliceerd, in het rapport ‘Energietransitie versnellen met de Omgevingswet’. In dit blog gaan wij kort in op het rapport en de kansen die het instrumentarium van de Omgevingswet gemeenten biedt.

Het kennis- en leerprogramma

Het doel van het kennis- en leerprogramma is de gemeenten inzicht te geven in de wijze waarop de instrumenten van de Omgevingswet hen kunnen ondersteunen bij het bereiken van de eigen en nationale klimaat- en energiedoelstellingen. In de acht proefgemeenten (Goes, Den Haag, Zoeterwoude, Maastricht, Boxtel, Groningen, Tilburg en Súdwest-Fryslân) is aangesloten bij het proces dat zij zelf voor de energietransitie aan het doorlopen waren. Uit de ervaringen van de gemeente zijn resultaten gekomen die onder meer zien op de manier waarop de gemeente de kerninstrumenten van de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan voor de energietransitie in kan zetten.

Inzet van de kerninstrumenten

De omgevingsvisie

Aanbevolen wordt om de omgevingsvisie in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES) in te zetten. In de gemeentelijke omgevingsvisie neemt de gemeente de hoofdambities ten aanzien van de energietransitie op. Door in de omgevingsvisie de afspraken die in het kader van de RES zijn gemaakt te borgen en de politiek hierin mee te nemen, wordt er draagvlak gecreëerd. Daarbij komt dat de omgevingsvisie nauw is verbonden met het omgevingsplan en de initiatieven in het omgevingsplan kunnen worden vastgelegd.

Het programma

In het programma formuleren de gemeenten de maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De gemeente kan het programma ten eerste bij wijze van visie, op het gebied van de doelen ten aanzien van bijvoorbeeld woningbouw, vaststellen. Op die manier kan de gemeente met het programma burgers en bedrijven verleiden om bij te dragen aan de doelen van het programma. Daarnaast kan de gemeente het programma gebruiken om afspraken te maken met de partijen met wie zij de gestelde doelen wil gaan bereiken. Hiermee biedt het programma de kans om bijvoorbeeld de uitvoering van de transitievisie warmte en het wijkuitvoeringsplan vorm te geven. Verder gaat de programmaplicht gelden op het moment dat in het omgevingsplan omgevingswaarden worden opgenomen. De gemeente moet dan de maatregelen treffen die nodig zijn om de doelen te halen. Door maatregelen te stellen en bij te stellen wanneer monitoring daartoe aanleiding geeft bindt de gemeente zich aan haar eigen doelen.

Het omgevingsplan

Het omgevingsplan biedt de gemeente de kans omgevingswaarden vast te stellen en regels op te nemen die sturend zijn. Zo biedt het omgevingsplan kans tot maatwerk. De gemeente heeft de mogelijkheid om in het omgevingsplan dwingende regels op te nemen waar dat nu alleen nog voorwaardelijke verplichtingen kunnen zijn. Het omgevingsplan zou, na aanpassing van de Energiewetgeving en onder voorwaarden, bijvoorbeeld verplichtingen kunnen bevatten die de ambities rondom de aardgasvrije wijken versnellen. Ook kunnen de regels in het omgevingsplan RES-projecten eenvoudig maken door een gebied aan te wijzen waar bijvoorbeeld de ontwikkeling van windmolens tot een bepaalde maximumhoogte zijn toegestaan.

De omgevingswaarde

Door het stellen van omgevingswaarden bindt de gemeente zichzelf aan het behalen van een bepaald resultaat of tot het leveren van een mate van inspanning om de energietransitie te verwezenlijken. De omgevingswaarde kan in het omgevingsplan of in het programma worden opgenomen. Burgers kunnen de gemeente houden aan de omgevingswaarden en haar zo dwingen tot het nemen van maatregelen. Gedacht kan worden aan het toekennen van een energielabel B aan alle woningen in een gebied, 70% gebruik duurzame energieopwekking.

Tot slot

Hoewel er in het kader van de energietransitie nog veel moet worden ontdekt, is uit het kennis- en leerprogramma gebleken dat de Omgevingswet aan de gemeente instrumentarium biedt om de energietransitie integraal en breed op te pakken. Hierbij is het vanuit het oogpunt van de doelstellingen van de Omgevingswet belangrijk om in het traject van de energietransitie participatie van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties mogelijk te maken.

Raadpleeg voor alle onderzoeksresultaten hier het rapport ‘Energietransitie versnellen met de Omgevingswet’ van 8 april 2020. Hier vindt u informatie in het dossier ‘van het gas los’ en hier vindt u meer informatie over de Omgevingswet.