Het coronavirus heeft ook gevolgen voor de Regionale Energie Strategieën (RES’en). Het Nationaal Programma Regionale Energie Strategieën (NP RES) meldde dat is besloten tot een verruiming van het tijdschema van de RES’en. De deadline voor oplevering van de RES 1.0 is verplaatst van 1 maart 2021 naar 1 juli 2021. In de RES’en worden nationale afspraken uit het Klimaatakkoord uitgewerkt in 30 regio’s. Ondertussen biedt een studie naar de Zeeuwse RES een inkijkje in de haalbaarheid van diverse scenario’s in die regio.

Nieuwe deadline oplevering RES’en

Elke regio zou op 1 juni 2020 zijn concept-RES aanbieden aan het NP RES, waarna het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deze zou doorrekenen. Nu de regio’s in hun werk de gevolgen van de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus ondervinden, is die planning verruimd naar 1 oktober 2020. Het PBL zal de analyse van de verschillende concept RES’en dan ook per 1 oktober starten, waarna deze − samen met het advies van het NP RES − uiterlijk op 1 februari 2021 beschikbaar komt. De planning voor het opleveren van de RES 1.0 wordt verruimd van 1 maart 2021 naar 1 juli 2021.

Burgerparticipatie in de huidige tijd

Met het verschuiven van de deadlines wordt ook gehoor gegeven aan de oproep voldoende ruimte te creëren voor zowel het waarborgen van voldoende burgerparticipatie als het juiste democratische proces. Door de coronamaatregelen zijn alle normale vergader- en overlegprocessen in gemeenteraden en met inwoners niet of slechts vertraagd mogelijk. Veel regio’s hadden juist in de huidige periode gepland om inwoners, bedrijven en belangengroepen te betrekken. Op dit moment gaat het in veel regio’s nog over visie- en planvorming. De coronacrisis leidt tot extra experimenten met online participatie tijdens deze processen, aldus de minister in een brief hierover. Eén van de functies van de RES is immers de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren.

Haalbaarheidsstudie Zeeuwse RES

Sommige regio’s zullen ondanks het uitstel in staat zijn een concept-RES op 1 juni 2020 aan te leveren. Het NP RES wil de regio’s stimuleren dat vooral te doen, om zo andere regio’s te laten profiteren van hun kennis en inzichten.

Waar het gaat om kennis en inzichten, is een haalbaarheidsstudie naar de Zeeuwse RES interessant. Om te weten of alle doelstellingen en plannen uit de Zeeuwse RES haalbaar zijn, heeft de provincie Zeeland opdracht gegeven om te onderzoeken welke impact de energietransitie kan hebben op het huidige energiesysteem in Zeeland en waar de knelpunten zitten in de infrastructuur. Dit was mogelijk, omdat de provincie Zeeland als eerste regio al een RES 1.0 heeft gemaakt. Hoe zit het bijvoorbeeld met de buisleidingen voor waterstof, waar zijn extra elektriciteitskabels nodig en is er voldoende opwek voor de energievraag? De studie bevat belangrijke lessen om de transitie in goede banen te leiden.

Lessen uit de haalbaarheidsstudie Zeeland

De haalbaarheidsstudie Zeeland beschrijft verschillende lessen voor de praktijk. Wij lichten er twee uit.

Elektriciteitsnetten

Ten eerste brengt de studie in kaart wat de verschillende doelstellingen kunnen betekenen voor de energievraag en het energieaanbod in de provincie. Duidelijk wordt dat de vraag naar elektriciteit in Zeeland sterk zal toenemen, logischerwijs als gevolg van elektrificatie van mobiliteit, verwarming en deels de industrie. De toenemende vraag naar elektriciteit zal op verschillende plekken in het elektriciteitssysteem voor problemen kunnen zorgen als er niet tijdig verzwaard wordt, soms al in de komende tien jaar.

Gasnetten en waterstof

De studie brengt verder naar voren dat de bestaande buisleidingen niet in alle scenario’s voldoende capaciteit bieden voor het gewenste transport van gassen, onder meer waterstof. Dat zou vooral in 2030 het geval zijn, en niet zozeer in een later stadium. Dat komt omdat in 2030, tijdens de transitiefase naar een nieuw energiesysteem, mogelijkerwijs nog verschillende soorten gas (hoog- en laagcalorisch gas, waterstof en CO₂) naast elkaar gebruikt worden. Omdat voor elk soort gas gescheiden buisleidingen nodig zijn en het transport van de verschillende gassen dan mogelijk nog allemaal tegelijk moet plaatsvinden, is de verwachting dat een grotere totale transportcapaciteit nodig is. De haalbaarheidsstudie gaat ervan uit dat in 2050 mogelijkerwijs vooral veel waterstof en groen gas zal worden vervoerd en zullen de bestaande leidingen geschikt gemaakt zijn om dat type moleculen te vervoeren waar vraag naar is.

Ondanks dat de ‘RES-deadlines’ in deze bijzondere tijden zijn opgeschoven, biedt deze studie voor de regio’s interessante inzichten in de vraagstukken die zich in de (nabije) toekomst voor kunnen doen bij de ontwikkeling en uitvoering van een RES. Waar de regio’s zoveel mogelijk doorgaan met de RES 1.0, is dit wellicht een document om verder te bestuderen.

Lees hier het bericht van Nationaal Programma Regionale Energie Strategieën over het uitstel, hier de brief over burgerparticipatie en vind hier de systeemstudie naar de Zeeuwse RES-regio.