Gasloos wonen komt weer een stap dichterbij met een aangekondigde wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Deze maakt het voor de wijk Overvecht-Noord in Utrecht mogelijk inwoners te verplichten binnen twee jaar elektrisch te gaan koken. Het is de eerste gemeente in Nederland waarvoor de bevoegdheid in het leven is geroepen inwoners van een bestaande wijk verplicht van het aardgas af te schakelen.

Utrechtse proeftuingemeente Overvecht-Noord

De wijk Overvecht-Noord in Utrecht maakt deel uit van het programma ‘Aardgasvrije Wijken’ van de Rijksoverheid. Met dit programma wil het ministerie van Binnenlandse Zaken middels een financiële bijdrage zogeheten ‘proeftuinen’ kennis en ervaring laten opdoen bij het aardgasvrij maken van woonwijken in Nederland. Inmiddels is de uitvraag voor de tweede ronde proeftuinen van start gegaan.

En voor specifiek deze Utrechtse proeftuin komt nu een extra middel beschikbaar om het proces naar gasloos wonen te versnellen. De eenentwintigste tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet bevat in artikel 7ag een regeling waarmee gemeenten voor ‘experimenteerwijken’ een einddatum mogen instellen voor het afsluiten van woningen van aardgas. De gemeente Utrecht heeft dit nu als eerste verzocht.

Juist deze wijk leent zich hier goed voor, omdat in Overvecht-Noord gasleidingen aanwezig zijn die sterk verouderd zijn. Dit in combinatie met de ambitie om uiterlijk in 2030 in deze wijk geen gebruik meer te maken van aardgas voor onder meer verwarming en koken, zou de uitfasering van gasinfrastructuur hier op een natuurlijk moment kunnen plaatsvinden en daarom relatief eenvoudig moeten zijn.

De stap naar elektrisch koken

De komende twee jaar wil de gemeente proberen om de circa 4.400 woningen die doorgaans uitsluitend gebruik maken van gas om te koken, vrijwillig te laten overstappen op elektrisch koken. Dit brengt het risico met zich mee dat er enkele bewoners zullen zijn die toch van gas gebruik willen blijven maken en mogelijk niet zullen reageren op voorstellen tot uitfasering van de kookgasafsluitingen. Om de gasinfrastructuur niet voor een beperkt aantal gebruikers in stand te moeten houden of te vernieuwen, kan de gemeente er straks op den duur voor kiezen om de Crisis- en herstelwet in te zetten.

De gemeente moet dan het bestemmingsplan voor de wijk ‘verbreden’ (middels het zogenaamde ‘bestemmingsplan met verbrede rijkwijdte’) en daarin een einddatum voor gaslevering opnemen, die ligt binnen een redelijke termijn na vaststelling van het bestemmingsplan. Betrokkenen moeten daarbij steeds voldoende tijd hebben om een andere, elektrische kookvoorziening te realiseren.

Wanneer bewoners na de in het bestemmingsplan opgenomen datum de netbeheerder niet zelf hebben verzocht om beëindiging van de aansluiting kunnen gemeenten handhavend optreden en kan de netbeheerder uiteindelijk overgaan tot het beëindigen van de kookgasaansluitingen. Dit in afwijking van artikel 62 van de Gaswet en in aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Op grond van het bepaalde in artikel 7c, dertiende lid, van het Bu Chw kan de gemeenteraad deze bevoegdheid overigens delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.

Dit experiment is uitdrukkelijk beperkt tot gebieden waar de bestaande gastransportleidingen om veiligheidsredenen moeten worden vervangen en daarnaast al in de warmtebehoefte van de woningen is voorzien door middel van een aansluiting op een warmtenet.

Vervolg

Gedurende vier weken kunnen over dit ontwerp-besluit nog zienswijzen worden ingediend. Bovendien moeten zowel Eerste als Tweede Kamer nog instemmen met de wijziging. Inzet van de overheid is om de bevoegdheid voor gemeenten de aardgaslevering in een aangewezen gebied te verbieden op te nemen in de Omgevingswet, die naar verwachting vanaf 2021 in werking treedt.

Raadpleeg hier de voorpublicatie tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche) van 7 februari 2020.