In 2050 wil Nederland aardgasvrij zijn. In het wijkgericht verduurzamen en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving hebben gemeenten de regie. Sinds de start van het interbestuurlijke Programma Aardgasvrije Wijken in oktober 2018 is in 27 proeftuingemeenten met behulp van een financiële bijdrage van het Rijk kennis en ervaring opgedaan met het van aardgas afschakelen van wijken en dorpen. Na evaluatie van deze eerste ronde heeft de regering een tweede uitvraagronde aangekondigd, waarvoor gemeenten tot en met 1 april 2020 online een aanvraag kunnen indienen. Dit najaar berichtten wij hier al over. Inmiddels heeft het kabinet in een brief aan alle Nederlandse gemeenten de aanvraagprocedure en de daaraan verbonden voorwaarden en selectiecriteria verder toegelicht.

Doelstelling

Het doel is om in 2030 1,5 miljoen bestaande huizen en gebouwen zo verduurzaamd te hebben dat ze aardgasvrij zijn of klaar om van het aardgas af te gaan. In 2050 zouden alle huizen en gebouwen, in totaal ongeveer 7,7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen, zo goed mogelijk geïsoleerd moeten zijn en verwarmd moeten worden door een duurzaam warmte-alternatief.

Voor het ‘succesvol aardgasvrij maken’ van een bestaande wijk bestaat geen universele formule. Om te weten welke oplossingen waar het meest passend zijn, is de nodige praktijkervaring vereist. Er zijn nog veel vraagstukken te verkennen zoals de mix van technieken, het betaalbaar houden van de aanpak, hoe bewoners en gebouweigenaren bij het proces te betrekken en de vormgeving van de rol van gemeenten en betrokken stakeholders. Na de eerste ronde krijgen met de tweede ronde nu meer gemeenten de gelegenheid om ervaring op te doen.

Indienen van een aanvraag

Het in te vullen aanvraagformulier is te vinden op www.aardgasvrijewijken.nl. Tussentijdse versies kunnen worden opgeslagen, waarna het document verder bewerkt kan worden.

Deze ronde ligt de nadruk meer op uitvoeringsgereedheid van de aanpak en de robuustheid van de plannen. Met name de financiële en technische onderbouwing, het participatieplan, de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de regierol en de (mogelijke) verbinding met andere wijkopgaven zijn van belang. Verder speelt de betaalbaarheid voor de bewoners nu een grotere rol. Zo wordt in het formulier de vraag gesteld of woonlastenneutraliteit voor huurders van woningen en eigenaar-bewoners uitgangspunt is van de financiële onderbouwing van het ingediende plan. Een kleinere rol speelt dit keer de regionale spreiding van de proeftuinen over Nederland.

Een aantal aandachtspunten voor de aanvraag zetten wij voor u op een rij:

  • De aanvraag dient te zien op maximaal één wijk of buurt. Hieronder wordt verstaan een aaneengesloten geografisch geheel van gebouwen. Dit hoeft niet overeen te komen met de wijkindeling zoals gehanteerd door het CBS. Ook dorpen en woonkernen vallen onder de definitie;
  • Het uitsluiten van gebouwen binnen het plangebied (bijvoorbeeld vanwege een andere eigendomssituatie of de functie) is niet mogelijk;
  • De aanvraag moet gericht zijn op kosten die direct gerelateerd zijn aan de betreffende wijk en het aardgasvrij maken ervan. Meerkosten die gerelateerd zijn aan wijkoverstijgende activiteiten, bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet met een schaal groter dan dat van de gekozen wijk, komen niet in aanmerking voor financiering via de rijksbijdrage;
  • Er wordt uitgegaan van gemiddeld 500 woningen per proeftuin. Dit is een richtlijn en hier kan gemotiveerd van worden afgeweken. Let er wel op dat kostenefficiëntie bij vergelijkbare aanvragen een belangrijk afwegingscriterium is;
  • Het uitvoeringsplan dient erop te zijn gericht dat de wijk in 2028 van het aardgas is afgesloten of in ieder geval gereed is om van het aardgas af te gaan;
  • Ook projectgebonden proces- en advieskosten mogen onderdeel uit maken van de aanvraag tot toekenning van de rijksbijdrage;
  • Naast de vaste onderdelen, die volledig dienen te worden ingevuld, bevat het aanvraagformulier een aantal facultatieve onderwerpen. Als deze worden meegenomen in de aanpak, dan kan dat de aanvraag interessanter maken ten opzichte van vergelijkbare aanvragen. Het gaat hierbij onder meer om het combineren van aardgasvrij maken met klimaatadaptatie, of de combinatie met een hoogwaardig hergebruik van materialen en de inzet van hernieuwbare grondstoffen in het kader van circulariteit.

De selectie zal naar verwachting eind mei 2020 bekend worden gemaakt door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Iedere meedingende gemeente ontvangt een inhoudelijke motivering van de beslissing, zowel bij afwijzing als aanwijzing tot proeftuingemeente. Voor de gekozen wijken geldt dat al in 2020 met de uitvoering van het ingediende plan wordt gestart. Heeft u uw aanvraag al ingediend?

Vind hier de brief van 19 november 2019, gezonden aan alle Nederlandse gemeenten.