In oktober 2018 zijn de eerste 27 proeftuinen aardgasvrije wijken geselecteerd. De desbetreffende gemeenten hebben een financiële bijdrage van het rijk ontvangen om bestaande woningen en andere gebouwen via een wijkgerichte aanpak aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. Lees hierover ook ons eerdere blogbericht. Om meer gemeenten de gelegenheid te geven ervaring op te doen met het verduurzamen van bestaande wijken, wordt het aantal proeftuinen nu uitgebreid.

Nut en noodzaak uitbreiding proeftuinen

De proeftuinen zijn onderdeel van het programma Aardgasvrije Wijken, waarmee het kabinet werkt aan het halen van de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs. Het overgaan op duurzame methoden om de gebouwde omgeving te verwarmen moet een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de CO2 -emissies in Nederland. Naast de proeftuinen is er een programma voor aardgasvrije en frisse basisscholen en een subsidie voor technische innovaties ten behoeve van aardgasvrije gebouwen.

Gemeenten ervaren dat een wijkgerichte aanpak waardevol is en dat middels de proeftuinen veel geleerd kan worden. Met de uitbreiding van het aantal proeftuinen kan nog meer kennis en ervaring worden opgedaan over hoe de wijkgerichte aanpak in te richten en op te schalen.

Selectiecriteria

Op basis van de ingediende uitvoeringsplannen vindt in eerste instantie een expertbeoordeling plaats van de kwaliteit van het plan. De Adviescommissie Aardgasvrije Wijken brengt vervolgens aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een advies uit over de te selecteren proeftuinen, op basis van de kwaliteit van de aanvragen en een optimale spreiding. Hierbij gaat het om regionale spreiding, spreiding over gebouwtypen, de verdeling koop- en huurwoningen, en de spreiding over stad en platteland.

Bij de selectie voor de tweede ronde stellen de betrokkenen ten opzichte van de eerste ronde scherpere eisen aan de opzet en uitwerking van de uitvoeringsplannen en aan de financiële paragraaf. Ook ligt de nadruk dit keer meer op de onderbouwing van de participatieaanpak en de manier waarop gemeenten willen aansluiten bij de fysieke en sociaaleconomische kenmerken en de behoeften van de wijk. Om voldoende te kunnen leren is het bovendien van belang dat er voldoende diversiteit is binnen de proeftuinen ten aanzien van technische oplossingen, verschillende vormen van participatie en de verbinding met andere opgaven, zoals circulair bouwen en leefbaarheid. Ook acht de minister het waardevol als er enkele uitvoeringsplannen worden geselecteerd waarin onderzocht wordt op welke wijze het aardgasvrij maken van utiliteitsbouw verbonden kan worden aan de verduurzaming van de woningen in de wijk.

Speciale aandacht is er dit keer ook voor het opdoen van ervaring met klimaatadaptatie en vergroening van de wijk. Hoewel klimaatadaptatie al in de eerste uitvraag is benoemd, zijn er binnen de 27 bestaande proeftuinen vrijwel geen verbindingen gelegd met klimaatadaptatie. De nieuwe uitvraag zal daarom expliciet vragen naar een koppeling met klimaatadaptatie en een goede beschrijving van de aanpak.

De uitvraag is aangekondigd. Gemeenten krijgen tot 1 april 2020 de tijd om een aanvraag in te dienen. Alle gemeenten kunnen maximaal één aanvraag indienen voor één wijk. Ook gemeenten die al een proeftuin hebben kunnen in de tweede ronde meedingen. De uitvraag wordt toegelicht tijdens enkele regionale bijeenkomsten waarvan de data en locaties nog nader bekend worden gemaakt via de website aardgasvrijewijken.nl. Naar verwachting worden de nieuwe proeftuinen eind juni 2020 geselecteerd.

Raadpleeg hier de Kamerbrief van 29 mei 2019.