Momenteel wordt jaarlijks circa 1,8 miljoen ton buitenlands afval naar Nederland geïmporteerd voor verbranding in Nederlandse afvalverbrandingsinstallaties. Dit komt neer op ongeveer 25% van de totale hoeveelheid afval die in Nederland wordt verbrand. Het verwerken van dit afval leidt tot CO2-uitstoot in Nederland. Het kabinet is nu voornemens het afval dat is overgebracht uit het buitenland, op dezelfde wijze in de afvalstoffenbelasting te betrekken zoals dat nu al gebeurt voor Nederlands afval. Deze al eerder door het kabinet aangekondigde maatregel zou moeten bijdragen aan een reductie van geïmporteerd afval, met een geschat CO2-effect van maximaal 0,2 Mton.

Ook buitenlands afval belasten via afvalstoffenbelasting

Achterliggende gedachte bij deze maatregel is het creëren van een gelijk speelveld voor de verwerking van binnenlands en buitenlands afval in Nederland. Op dit moment is geïmporteerd afval dat in Nederland wordt verbrand, vrijgesteld van de daarmee gepaard gaande milieukosten. Dit terwijl ook na de verbranding van het afval vervuilde bodemassen (het vaste residu dat ontstaat bij de verbranding van huishoudelijke afvalstoffen, daarmee gelijkgesteld bedrijfsafval of grof afval) in Nederland achterblijven. Ook na nabewerking/zuivering zou een groot deel van deze residuen achterblijven en eeuwige nazorg behoeven. Door buitenlands afval net als binnenlands afval in de heffing van de afvalstoffenbelasting te betrekken vervalt de genoemde vrijstelling en zou het minder aantrekkelijk moeten worden het afval hier te verbranden. Tegelijkertijd zou het juist aantrekkelijker moeten worden om afval beter voor te scheiden en meer te recyclen. Voor de stimulering van hoogwaardige recycling stelt het kabinet bovendien extra middelen beschikbaar.

Berekening CO2-besparing

De verbranding van afval zorgt niet alleen voor residuen en uitstoot van CO2. Met de restwarmte afkomstig van de afvalverbrandingsinstallaties wordt ook elektriciteit opgewekt en worden woonwijken verwarmd. Wanneer er door import van afval te reduceren in zijn totaliteit in Nederland minder afval wordt verbrand, betekent dit ook dat de warmte en elektriciteit die gedeeltelijk door de verbranding wordt geproduceerd ergens anders vandaan moet komen. Deze warmtebehoefte kan op dit moment nog niet direct worden ingevuld door alternatieve duurzame bronnen. Daarom is bij de inschatting van de CO2-reductie van deze maatregel, gecorrigeerd voor de CO2-uitstoot die gepaard zal gaan met de vervanging van deze energie door fossiele bronnen (bijvoorbeeld middels een traditionele CV-ketel die aardgas verbrandt, of een gemiddelde energiecentrale). Dit effect heeft het kabinet meegenomen in de aanname dat met deze maatregel maximaal 0,2 Mton CO2 kan worden bespaard.

Raadpleeg hier de Kamerbrief van minister voor Milieu en Wonen van Veldhoven, van 4 november 2019.