Niet alleen wordt de energieprestatie van gebouwen met het oog op verduurzaming steeds belangrijker, ook zal de energievraag van een gebouw in toenemende mate uit hernieuwbare energie bestaan. Daarbij past volgens minister Ollongren van Binnenlandse Zaken een aanpassing van het huidige energielabel voor woningen, zodat in de hoogste klasse A meer onderscheid kan worden aangebracht. Nu het energielabel bijvoorbeeld meetelt bij het vaststellen van de maximale huurprijs van een woning heeft deze wijziging enkele veranderingen voor de sociale huursector tot gevolg. Een stijging in het energielabel kan onder meer worden bereikt door het plaatsen van (meer) zonnepanelen op de woning. In dit verband bespreken wij ook het recente wetsvoorstel om de bestaande salderingsregeling voor zonnepanelen om te vormen.

Nieuw energielabel

Waar het energielabel nu klasse G tot en met klasse A kent, oplopend in energiezuinigheid, zou dit in de toekomst G tot A++++ moeten worden. Woningen zullen zich hierdoor beter kunnen onderscheiden van zeer energiezuinig tot energieneutraal en energieleverend, wanneer in de woning meer energie wordt opgewekt dan verbruikt. Het wijzigingsbesluit dat dit mogelijk maakt is hier raadpleegbaar.

Achtergrond: nieuwe eisen aan energieprestatie en BENG

Dit voorstel hangt samen met een nieuwe meetmethode voor de energieprestatie van woningen. Met ingang van 1 juli 2020 worden de huidige bepalingsmethoden voor het meten van de energieprestatie van gebouwen vervangen door een nieuwe methode, de zogenoemde NTA 8800. Hiermee kunnen voortaan ook de compactheid van het gebouw en de gebruiksfunctie in de bepaling van de energieprestatie worden meegenomen. Deze factoren kunnen namelijk sterk bepalend zijn voor het energieverbruik.

Andere aanleiding is dat op hetzelfde moment, 1 juli 2020, eisen ten aanzien van bijna energie-neutrale nieuwbouw (BENG) worden ingevoerd. De nieuwe duurzame bouwnorm BENG is gebaseerd op een nieuwe rekenmethode, waarbij de wijze waarop de energieprestatie ten behoeve van het energielabel wordt uitgedrukt, wordt gewijzigd van de indicator Energie-Index (EI) naar de nieuwe indicator primair fossiel energiegebruik. Op die wijze wordt duidelijk hoeveel (fossiele) kWh een woning per vierkante meter per jaar verbruikt. Dit leidt tot een energielabel met een nieuwe klassenindeling, van A++++ tot G. Meer over deze nieuwe meetmethode leest u overigens in ons eerder verschenen blog.

Gevolgen sociale-huursector

Het energielabel verandert niet alleen voor nieuwbouw, ook bestaande bouw krijgt straks een energielabel op basis van hoeveel kWh per vierkante meter per jaar de woning verbruikt. Dit geldt ook voor utiliteitsgebouwen als ziekenhuizen, scholen en sporthallen. Dit komt omdat de oude meetmethode niet meer voldoet aan de eisen die de Europese Unie stelt aan het meten van de energiezuinigheid van gebouwen. Implementatie van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen en de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen, zorgen voor aanpassing van de Nederlandse regelgeving. En dit zorgt weer voor aanpassing van onder meer het Besluit energieprestatievergoeding huur en het Besluit huurprijzen woonruimte. Met enkele veranderingen voor de sociale huursector tot gevolg.

Besluit energieprestatievergoeding huur

Zo worden in het Besluit energieprestatievergoeding de grenzen van de warmtevraag voor het bepalen van de energieprestatievergoeding (EPV) voor de huurwoning aangepast. De energieprestatievergoeding is het bedrag dat een huurder aan de verhuurder betaalt voor de inspanningen die de verhuurder heeft gedaan de woning energiezuiniger te maken. Momenteel mag de verhuurder EPV vragen, wanneer de warmtevraag van de woning minder dan 50 kWh per vierkante meter per jaar bedraagt (mits ook aan de andere eisen wordt voldaan). Met de invoering van de nieuwe NTA 8800 detailmethode is deze grens verlegd naar 41 kWh/m2 per jaar.

Besluit huurprijzen woonruimte

Op dit moment bestaat er een koppeling tussen de energieprestatie van een sociale huurwoning en het zogenaamde woningwaarderingsstelsel. Het woningwaarderingsstelsel werkt met een puntensysteem, aan de hand waarvan de maximale huurprijs van de huurwoning kan worden bepaald. De energieprestatie telt mee in het puntenaantal. Hoe energiezuiniger, hoe meer punten. Hoe meer punten een woning waard is, hoe hoger de huur mag zijn. Omdat woningen ook na inwerkingtreding van de nieuwe bepalingsmethode op basis van de energieprestatie in aanmerking moeten komen voor extra huurpunten, wordt het Besluit huurprijzen woonruimte gewijzigd.

Investeren in zonnepanelen

Om in het beoogde nieuwe energielabel een labelstap omhoog te komen, kan dit bijvoorbeeld worden bereikt door het plaatsen van meer zonnepanelen. Steeds meer huiseigenaren beschikken over zonnepanelen.

In dit verband is een andere, op 28 oktober, opengestelde internetconsultatie relevant: het voorstel tot afschaffing van de zogenaamde salderingsregeling voor zonnepanelen. Dit middels een wijziging van de Elektriciteitswet en de Wet belastingen op milieugrondslag.

Daarvoor is het nuttig eerst stil te staan bij hoe de huidige salderingsregeling er in grote lijnen uitziet. Zonnepanelen wekken energie op. Deze energie wordt terug geleverd aan het elektriciteitsnet. In de op dit moment bestaande salderingsregeling wordt de eigen opwek van energie afgetrokken van het eigen energieverbruik. Daardoor loopt de energiemeter terug, óf een slimme meter registreert dat wordt teruggeleverd. Over de teruggeleverde energie hoeft bovendien geen energiebelasting te worden betaald. Zo worden de gedane investeringen in de zonnepanelen langzamerhand terugverdiend. Dit heet salderen. Doel hiervan is de aanschaf van zonnepanelen aantrekkelijk te maken.

De wetswijziging die nu ter consultatie voorligt beoogt een situatie waarin de salderingsregeling richting 2031 wordt afgebouwd, en waarin huishoudens daarvoor in de plaats een redelijke vergoeding krijgen voor de eigen opwek. Het is nog onbekend hoe die vergoeding er precies uit komt te zien. In elk geval moet in het nieuwe systeem betaald worden voor alle stroom die van het net wordt afgenomen. Over een deel van de teruggeleverde elektriciteit moet bovendien belasting worden betaald. Om van de salderingsregeling af te kunnen stappen is het daarnaast belangrijk dat de levering en de teruglevering van stroom afzonderlijk gemeten kan worden. Daarvoor zou vanaf 1 januari 2021 iedereen verplicht een meter met dubbel telsysteem moeten hebben (niet hetzelfde als een slimme meter). Woningen zonder geschikte meter zullen er tot 2023 één aangeboden krijgen door de netbeheerder.

In dit nieuwe systeem zullen eigenaren van zonnepanelen voor de elektriciteit die zij terugleveren aan het net zeer waarschijnlijk een iets lagere vergoeding krijgen dan in het systeem van de salderingsregeling. Wellicht dat de terugverdientijd van zonnepanelen daardoor met 1 of 2 jaar toeneemt. Toch is ook deze nieuwe regeling bedoeld om zonnepanelen financieel aantrekkelijk te maken. Zo hebben zonnepanelen een positieve impact op de woningwaarde en blijven zonnepanelen op dit moment een rendabelere investering dan sparen op de bank tegen een rente van minder dan 1%.

Op het wetsvoorstel tot omvorming van de salderingsregeling voor kleinverbruikers kan tot 25 november 2019 gereageerd worden.