Half oktober hebben de verdragspartijen bij het London Protocol een resolutie aangenomen die CO2-opslag onder de zeebodem mogelijk maakt. In het London Protocol, waar 53 landen bij zijn aangesloten, zijn afspraken neergelegd die het dumpen van afval op zee moeten voorkomen. De regels in dit het London Protocol (en artikel 6 in het bijzonder) maakten het onmogelijk om CO2 per leiding of schip over grenzen te transporteren en op te slaan in de zeebomen. Waar in 2006 al een amendement werd aangenomen om CO2-opslag in lege gasvelden voor de eigen kust mogelijk te maken, wordt het nu ook mogelijk grensoverschrijdend CO2-transport toe te staan ten behoeve van de opslag hiervan onder zee. Althans, voor de zes landen die een amendement uit 2009, dat dit mogelijk maakt, hebben geaccepteerd. Dit is niet zonder belang. CCS wordt door de IPCC gezien als één van de ‘climate mitigation technologies’ nodig voor het behalen van de klimaatdoelen uit het Verdrag van Parijs.

De resolutie

De resolutie is erop gericht om toepassing te kunnen geven aan amendement bij artikel 6 van het London Protocol, uit 2009, dat nog niet in werking is getreden omdat er voor dit amendement nog niet een afdoende meerderheid bestaat. Daarom hebben Nederland en Noorwegen middels een resolutie voorgesteld om landen die het amendement hebben geratificeerd (toch) toe te staan onderling alvast CO2 te transporteren en op te slaan, in afwachting van de aanname van het amendement. De landen die nog zullen volgen, kunnen na ratificatie ook van deze gecreëerde uitzondering gebruik maken.

De weg vrij voor internationale CO2-hubs

Ondanks dat het kerndoel van het London Protocol niet is gelegen in het tegengaan van carbon capture and storage (CCS), was dit wel het gevolg van een bijlage van het protocol waarin een lijst met afvalstoffen is opgenomen, waarvan bij vergunning dumping in zee of in de zeebodem is toegestaan. Op het moment dat men het protocol overeenkwam bevatte deze bijlage geen CO2 en creëerde zodoende op een later moment een juridische barrière voor CCS.

En waar het protocol gericht is op het voorkomen van de export van afval naar landen die geen partij zijn bij het verdrag, had dit tegelijkertijd het verbod op grensoverschrijdende overdracht van CO2 ten behoeve van geologische opslag tot gevolg. Daardoor kon niet internationaal worden samengewerkt bij CCS-projecten en zodoende geen gebruik worden gemaakt van de daarmee gepaard gaande schaalvoordelen en risicospreiding. Het amendement uit 2006 en nu ook de resolutie met de hierboven beschreven ‘interimoplossing’, heffen deze barrières op.

Dit maakt de weg vrij voor de komst van Europese of zelfs internationale hubs, waar CO2 naartoe kan worden getransporteerd en opgeslagen. Volgens de initiatiefnemende en ratificerende landen, en de IPCC, een noodzaak waar het gaat om het tegengaan van klimaatverandering. Deze maatregel moet uiteraard in samenhang worden bezien met vele andere klimaatmaatregelen die genomen zijn en worden.

 

Raadpleeg hier meer informatie over de proposed resolution on the provisional application of the 2009 amendment to article 6 of the London Protocol.
Raadpleeg hier het working paper “Carbon capture and storage and the London Protocol. Options for enabling transboundary CO2 transfer”, van de International Energy Agency.