In totaal wordt per persoon jaarlijks bijna 6 ton afval geproduceerd. Dat een dergelijke hoeveelheid afval niet gunstig is voor het milieu en de volksgezondheid zal niet verrassen. Afvalpreventie en -reductie is dan ook een van de hoofddoelstellingen in de overgang naar een volledig circulaire economie. Het (concept) Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) moet ervoor zorgen dat producenten bewuster worden van, en meer verantwoordelijkheid gaan dragen voor het afval dat afkomstig is van hun producten. Dit besluit ligt tot 15 augustus 2019 ter consultatie voor.

Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Het besluit UPV strekt tot implementatie van artikel 8 bis van de Richtlijn (2018/98/EG) tot wijziging van de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG) en heeft als doel producenten te stimuleren om ‘goede’ (duurzame, herbruikbare en recyclebare) producten in de handel te brengen. Dit door de kosten aan het einde van de levensduur van producten mee te nemen in de prijs ervan, zodat uiteindelijk ‘de vervuiler betaalt’. Hiermee beoogt het besluit het afvalprobleem bij de kern aan te pakken en de hoeveelheid afval te beperken.

Producenten en productstromen

Onder ‘producent’ verstaat het besluit diegene die de stoffen, mengsels of producten voor het eerst in Nederland in de handel brengt. Onder dit begrip vallen ook importeurs.

In de huidige regelgeving wordt de producentenverantwoordelijkheid per productstroom geregeld. Bij productstromen moet bijvoorbeeld worden gedacht aan autowrakken, batterijen en elektronische apparatuur. Het besluit UPV daarentegen ziet op alle in de handel gebrachte producten en stelt per stof, mengsel of product een wettelijke minimumdoelstelling vast die de producenten ervan moeten halen, voortvloeiend uit de Europese richtlijn. Het blijft overigens mogelijk om per productstroom aanvullende of specifieke eisen te stellen. Het besluit laat de producenten bovendien relatief vrij waar het gaat om de manier waarop de doelstellingen op het gebied van afvalpreventie- en reductie worden gehaald.

De minimumdoelstellingen uit de EU-richtlijn, overgenomen in het besluit UPV, noemt komen hieronder achtereenvolgens aan bod.

Passend innamesysteem

Producenten dienen allereerst te zorgen voor een passend innamesysteem voor de stoffen, mengsels of producten waar de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op ziet. De eindgebruiker van het product moet de producten kosteloos kunnen inleveren en het systeem moet het gehele jaar beschikbaar zijn. Bij een passend innamesysteem kan gedacht worden aan terugnamegaranties of statiegeldsystemen.

Informeren eindgebruikers en afvalstoffenhouders

De producenten dienen de eindgebruikers en afvalstoffenhouders van hun producten onder andere te informeren over afvalpreventiemaatregelen, het innamesysteem, voorzieningen voor hergebruik of nuttige toepassing en de preventie van zwerfafval. Deze informatie kan bijvoorbeeld op de website van de producent of op het product zelf worden vermeld. Voor de eindgebruiker moet het duidelijk zijn waar en hoe de producten kosteloos kunnen worden ingeleverd.

Producent draagt de kosten

De producenten dragen zelf de kosten die volgen uit de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zoals het innamesysteem, de informatievoorziening en het vervoeren en verwerken van de producten. Wanneer de eindgebruiker zich op een andere manier van zijn afval ontdoet, draagt hij daartoe zelf de verantwoordelijkheid. Hierbij dienen eindgebruikers en inzamelaars zich – vanzelfsprekend – te houden aan de bepalingen uit hoofdstuk 10 van de Wet Milieubeheer.

Zorgen voor voldoende financiële en organisatorische middelen

De producenten moeten volgens het besluit ook beschikken over voldoende financiële en organisatorische middelen om aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te kunnen voldoen. Hieronder vallen ook de kosten voor de afvalfase van producten die al op de markt zijn gebracht. Producenten kunnen op deze kosten anticiperen door fondsvorming, door garantiestellingen, door verzekeringen te introduceren of de producten formeel juridisch in eigendom te houden.

Melding en verslag

Producenten moeten zes weken nadat het besluit UPV op hen van toepassing is geworden eenmalig melding doen aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) over nakoming van bovenstaande verplichtingen. Deze melding bevat onder andere een inschatting van de hoeveelheid producten die in de handel worden gebracht, een omschrijving van het opgezette innamesysteem en een overzicht van de financiële en organisatorische middelen. Ook moeten producenten de minister jaarlijks voor 1 augustus een verslag toezenden over de (wijze van) uitvoering van de verplichtingen in het voorafgaande kalenderjaar.

De handhavende overheidsinstantie zal op basis van deze meldingen en verslagen controleren of producenten aan de verplichtingen uit het besluit hebben voldaan.

Producentenorganisaties

Met oog op doelmatig afvalbeheer en schaalvoordelen kunnen producenten ervoor kiezen om gezamenlijk in een producentenorganisatie uitvoering te geven aan de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit het besluit UPV. Voor producentenorganisaties gelden aanvullende eisen op het gebied van transparantie (over het bestuur en de leden van de organisatie) en financiële bijdragen van producenten.

Tot slot

De beoogde inwerkingtredingsdatum van het besluit UPV is 1 juli 2020. Het besluit ligt op dit moment voor ter internetconsultatie, tot 2 september 2019. Producenten worden geacht uiterlijk per 5 januari 2023 te voldoen aan de verantwoordelijkheden en verplichtingen uit het besluit.

Raadpleeg hier de volledige tekst van Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.