Om de afspraken uit het Klimaatakkoord te realiseren zal onze omgeving op de schop moeten. Klimaatverandering en energietransitie eisen onder meer de ruimtelijke inpassing van windturbines, zonneparken, regelstations, natuurontwikkeling en nog veel meer. Ruimte voor dergelijke ontwikkelingen is in Nederland – waar op elke vierkante meter al een bestemming rust – niet vanzelfsprekend. Dat maakt een goede ruimtelijke aanpak met bijbehorende afspraken noodzakelijk. Verankering van de ruimtelijke afspraken vindt plaats via het omgevingsinstrumentarium. Wat vertelt het Klimaatakkoord ons over de impact van de plannen op onze fysieke leefomgeving?

Het instrumentarium

Veel afspraken uit het Klimaatakkoord moeten worden verankerd met behulp van het ruimtelijk instrumentarium. Voor sommige maatregelen gebeurt dit via een tussenuitwerking, bijvoorbeeld in een Regionale Energie Strategie (RES), voor andere maatregelen gebeurt dit direct.

Hierbij worden zowel het huidige ruimtelijke instrumentarium als de kerninstrumenten uit de Omgevingswet betrokken. Kerninstrumenten uit de Omgevingswet zijn onder meer omgevingsvisies, omgevingsplannen, programma’s en omgevingsvergunningen.

35 TwH van de beoogde duurzame elektriciteitsopwekking moet op land worden gerealiseerd. Deze energie wordt bijvoorbeeld door wind- en zonneparken opgewekt. De partijen bij het Klimaatakkoord zorgen ervoor dat het proces en de maatregelen (waaronder de RES) rond de ruimtelijke inpassing van hernieuwbare energie op land medio 2021 zijn afgerond. Met het oog op de tijdige realisatie van de opgave moeten uiterlijk in 2025 alle benodigde vergunningen zijn afgegeven. Verder brengen overheden in de eerste helft van 2019 de data in beeld waarop de andere planologisch relevante maatregelen uit het Klimaatakkoord uiterlijk geborgd moeten worden om de maatregelen uiterlijk in 2030 te realiseren.

Beperkte ruimte en knellende regelgeving

Met 408 mensen per vierkante kilometer is de beschikbare ruimte in Nederland beperkt. Hoewel we weten dat veel ontwikkelingen ruimte nodig hebben, is nog niet duidelijk hoe groot de ruimteclaims van de verschillende functies precies zullen worden. Het streven is in elk geval verschillende functies op één plek te combineren, om zo het totale ruimtegebruik van de transitie te verminderen.

Bij de uitwerking van de ruimtelijke maatregelen passen partijen de inrichtingsprincipes uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) toe: i) combineren boven enkelvoudig, ii) kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en iii) afwentelen voorkomen. Daarnaast worden de afwegingen tussen de verschillende (conflicterende) ruimteclaims op land grotendeels op decentraal niveau gemaakt. Gemeenten hebben hierbij een centrale rol. Zij wijzen de functies van gebieden immers aan in hun omgevingsplannen. Dit sluit aan bij de visie van de Omgevingswet: decentraal wat kan en centraal wat moet. De Omgevingswet biedt ook de Rijksoverheid en provincies een aantal instrumenten om (grote) projecten te ondersteunen en te realiseren. Denk hierbij aan het maken van ruimtereserveringen voor energie(hoofd)infrastructuur en projectbesluiten voor grote energieprojecten. De Rijksoverheid gaat ook over conflicterende belangen op de Noordzee.

In geval van knellende regelgeving uit andere sectoren (bijvoorbeeld natuur of veiligheid) geeft de Rijksoverheid aan bereid te zijn om wet- en regelgeving waar nodig en mogelijk flexibel toe te passen of te heroverwegen, om zo duurzame energieopwekking en energieprojecten te realiseren.

Verdere maatregelen: RES en het omgevingsprogramma

Een RES is een gezamenlijke aanpak van partijen om de energietransitie in een regio te versnellen. Door gemeenten, provincies en waterschappen, in samenspraak met andere betrokken partijen, wordt in ieder geval voor energie en warmte een RES opgesteld. Lees hierover meer in ons eerder verschenen blog. Decentrale overheden zijn verantwoordelijk voor tijdige borging van de maatregelen voortkomend uit de RES in het decentrale omgevingsinstrumentarium, zoals de omgevingsvisies, omgevingsverordeningen, omgevingsplannen en uiteindelijk omgevingsvergunningen.

Het kerninstrument ’programma’ is een belangrijk instrument voor de doorwerking van het beleid uit een omgevingsvisie. Het Klimaatakkoord benadrukt dat de Rijksoverheid begin 2019 het voortouw neemt in het opstellen van zo’n programma, gericht op de ruimtelijke planning en het maken van ruimtelijke reserveringen voor transport van elektriciteit (de energie(hoofd)infrastructuur). Vanwege de sterke afhankelijkheden tussen verschillende energievormen (elektriciteit, waterstof, aardgas, hernieuwbare gassen, CO2, warmte) en de toenemende noodzaak voor opslag en omzetting op nationale schaal, ligt het voor de hand dat in dat programma meer ruimtelijke zaken worden opgenomen dan alleen ruimtereserveringen voor het transport van elektriciteit.

Raadpleeg hier het definitieve Klimaatakkoord, hoofdstuk D6 Ruimte.