In ons eerdere blog schreven wij al hoe in het ontwerp-Klimaatakkoord is ingezet op het gebruik van duurzame biomassa, en de afspraken die destijds in dat kader zijn gemaakt. Deze gemaakte afspraken zijn in het definitieve Klimaatakkoord overeind gebleven. (Duurzame) biomassa blijft daarmee van onverminderd belang voor de realisering van de klimaat- en energietransitie. Wij lichten toe.

Toepassing van duurzame biomassa

Biomassa bestaat uit organische materialen waaronder mest, hout, plantenresten en vleesafval, en is multifunctioneel voor wat betreft de toepassing ervan. Enerzijds kan het worden benut in de landbouw voor de behandeling van de bodem, en anderzijds kan het worden gebruikt als grondstof voor onder meer karton, chemicaliën, kunststof en bouwmateriaal, en voor duurzame opwekking van energie.

In het Klimaatakkoord wordt nogmaals benadrukt dat het kabinet ervan overtuigd is dat de inzet van biomassa – nu én richting de jaren 2030 en 2050 – noodzakelijk is voor de verduurzaming van onze economie en het realiseren van de klimaatopgave. Echter is hiervoor wel vereist dat sprake is van duurzame biomassa. Dit is niet altijd het geval. Zo kan bijvoorbeeld sprake zijn van ontbossing als teveel hout wordt gekapt met als doel daaruit energie te produceren, of kan de productie van biodiesel uit koolzaad dusdanig energie-intensief zijn dat er geen klimaatvoordeel ontstaat.

Schaarste duurzame biomassa

In het Klimaatakkoord wordt niet alleen gekeken naar de huidige stand van zaken, maar wordt ook vooruitgekeken naar de jaren 2030 en 2050. Geconstateerd wordt dat hoewel momenteel nog sprake is van een onbenut potentieel van bepaalde biomassabronnen (waaronder bermgras, snoeiafval, zuiveringsslib en reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie), duurzame biomassa op termijn schaars zal worden.

Volgens het PBL zullen vooral in de periode ná 2030 knelpunten ontstaan in het aanbod van duurzame biomassa. Daarom kan biomassa in de periode tot 2030 nog volop dienen als transitiebrandstof, maar zal dit op de langere termijn vooral moeten worden ingezet voor hoogwaardige toepassingen in economische sectoren waar weinig alternatieve aandrijfbronnen zijn. Het klimaatakkoord noemt hierbij als voorbeelden het gebruik als grondstof in de industrie en het gebruik als brandstof in zware voertuigen en in de lucht- en scheepvaart. Voor andere toepassingen en/of economische sectoren zullen er na het jaar 2030 dus nog biomassa-vrije alternatieven moeten worden ontwikkeld.

Ontwikkeling juridisch duurzaamheidskader

Gelijk aan het ontwerp dat al eind 2018 werd gepresenteerd, wordt in het definitieve Klimaatakkoord ingezet op de ontwikkeling van een kader voor duurzame biomassa. Hoewel er met de elektriciteitssector al afspraken op nationaal niveau zijn gemaakt, er ten aanzien van de vervoerssector en bij andere grootschalige en/of specifieke toepassingen en stromen van biomassa wettelijke duurzaamheidscriteria gelden én sommige partijen op vrijwillige basis van private certificeringsprogramma’s gebruik maken, is nog niet ál het gebruik van biomassa gereguleerd. Het kabinet ziet daarom nog meerwaarde in de ontwikkeling van wettelijke duurzaamheidscriteria die voor alle klimaatsectoren moeten gelden, die op dit moment nog niet in deze zin gereguleerd zijn.

In het Klimaatakkoord wordt weliswaar nog niet inhoudelijk invulling gegeven aan dit kader, maar zijn wel afspraken gemaakt over de totstandkoming ervan. Het Rijk zal allereerst opdracht moeten geven voor een technische analyse, en op grond daarvan een voorstel moeten presenteren. Onder meer het PBL zal dit voorstel kritisch moeten beoordelen. Interessant is dat tevens zal moeten worden gekeken naar draagvlak voor het voorgestelde kader door middel van een consultatie van stakeholders. Uiteindelijk  zal het kabinet, naar aanleiding van het voorgaande, met specifieke besluitvorming op de proppen moeten komen. Zo wordt het te ontwikkelen duurzaamheidskader ook daadwerkelijk gejuridiseerd.

Verder is afgesproken dat alle partijen bij het Klimaatakkoord die biomassa willen benutten, zich inzetten voor de uitbreiding van het aanbod van duurzame biomassa. Dit kunnen zij doen door bij te dragen aan de verduurzaming van bestaande biomassastromen, door het benutten van het onbenutte biomassapotentieel, door het vergroten van de productie van duurzame biomassa, door het ontwikkelen van nieuwe vormen van biomassaproductie en door het actief bevorderen van de duurzaamheid van geïmporteerde biomassa in de landen van herkomst.

Vervolg

De vaststelling en presentatie van het definitieve Klimaatakkoord is dus nog maar een begin. In de komende periode zal verder handen en voeten moeten worden gegeven aan de regulering en de intensivering van het gebruik van duurzame biomassa.

Raadpleeg hier het Klimaatakkoord, hoofdstuk D2 Biomassa.