Wij Nederlanders reizen steeds vaker. Voor onze vrije tijd, maar minstens zoveel voor ons werk. Al die verplaatsingen hebben grote invloed op ons leefmilieu. Door niet of minder te reizen en door voor de schoonste vorm van vervoer te kiezen, verduurzamen we ons reisgedrag en verminderen we de CO2-uitstoot die al deze mobiliteitsbewegingen veroorzaken. Het Klimaatakkoord zet in op maatregelen die zich richten op het verminderen van zakelijke kilometers, ontmoedigend parkeerbeleid, fiscale regelingen, Mobility as a Service en aandacht voor de fiets. Hoe schetst het Klimaatakkoord het personenvervoer van de toekomst? Wij praten u bij.

Grote rol voor werkgevers

Het Klimaatakkoord benadrukt de grote rol die werkgevers hebben in het verduurzamen van de mobiliteit van hun werknemers. Meer dan de helft van de wegkilometers in het personenvervoer is immers werkgerelateerd. En de praktijk laat zien dat werkgevers allerlei mogelijkheden hebben om die werkgerelateerde mobiliteit te controleren. Ruim 45 grote ondernemingen hebben zich daarom gecommitteerd aan een halvering van de CO2-uitstoot op zakelijke mobiliteit en woon-werkverkeer in 2030, ten opzichte van het jaar 2016. De bedoeling is dat dit aantal nog oploopt tot 500 werkgevers.

Om de beoogde halvering te bereiken hebben de deelnemende partijen een top tien van reductiemaatregelen opgesteld: ‘het Nieuwe Normaal’. Daarbij valt onder meer te denken aan minder reizen door flexibel te werken: spitsmijden, thuiswerken en videoconferencing. Parkeerbeleid kan dusdanig worden ingestoken dat parkeren alleen mogelijk is voor medewerkers die woon-werk of zakelijk niet anders kunnen reizen dan met de auto, of bijvoorbeeld verder dan 10 kilometer van het werk wonen. Ook wordt een mobiliteitsbudget genoemd met bonus-malus systeem of het gedurende de eerste drie maanden aanbieden van standaard gratis OV-gebruik aan nieuwe medewerkers. Aan de hand van een nog te ontwikkelen tool waarmee de CO2-footprint van werkgerelateerd verkeer per bedrijf inzichtelijk kan worden gemaakt, zullen werkgevers over de effecten van de genomen maatregelen aan de Omgevingsdiensten rapporteren.

Vanaf begin 2022 volgt normering in wetgeving voor werkgevers met meer dan 100 medewerkers. In totaal betreft dit ruim 7.000 werkgevers, samen goed voor 4,9 miljoen werknemers. Deze normering zal een maximum CO2-uitstoot per werkgever inhouden, waarbij rekening wordt gehouden met de locatie van het bedrijf en het aantal werknemers. De doelstelling die het Klimaatakkoord hieraan koppelt is het terugbrengen van het aantal autokilometers in 2030 met 8 miljard, wat op zichzelf een besparing van minimaal 1 Mton CO2 zou kunnen opleveren. Omgevingsdiensten worden belast met het toezicht op en de handhaving van de regelgeving. Hiertoe worden controlebevoegdheden en handhavingsinstrumenten toegekend.

Fiets en fietsparkeren

De fiets is een aantrekkelijk, duurzaam en gezond alternatief voor vervoer over korte afstanden. De partijen bij het Klimaatakkoord willen fietsen dan ook stimuleren. Hiervoor zetten zij in op het realiseren van nieuwe en betere fietsinfrastructuur en op investeringen in fietsprojecten. Daarvoor trekt de Rijksoverheid €75 miljoen extra uit voor de cofinanciering van fietsenstallingen bij OV-kooppunten. Ten tijde van de vervanging van een hoofd- of spoorweg kan bijvoorbeeld ook een fietsbrug worden aangelegd. Tot slot wordt voor eind mei 2019 een gezamenlijk overzicht met kansrijke fiets- en stedelijke projecten en ‘multimodale hubs’ vastgesteld. ‘Multimodale hubs’ zijn knooppunten aan de randen van steden waar reizigers soepel op andere vormen van vervoer kunnen overstappen. Zo moet het aantrekkelijker worden om van het OV of de auto naar de fiets over te stappen.

Hyperspits

De Rijksoverheid en de NS willen met concrete regels de drukte in de hyperspits aanpakken. Naast het beter benutten van de bestaande spoor- en treincapaciteit ligt de focus op het vergroten van die capaciteit. Door op diverse trajecten hoogfrequent te rijden en nieuwe treinen aan te schaffen wordt de capaciteit optimaal benut. Daarnaast zijn de Rijksoverheid en de NS voornemens om in 2019 te komen tot een gezamenlijk voorstel voor het inzetten van vraagsturing, waaronder prijsprikkels zoals prijsstijgingen of kortingen, op specifieke trajecten in te zetten. Op deze manier willen partijen reizigers die in de hyperspits reizen naar andere tijden verplaatsen. Van de hyperspitsreizigers is circa 1/3 student. De Rijksoverheid, NS en andere vervoerders gaan in gesprek met onderwijsinstellingen over het aanpassen en spreiden van onderwijstijden om zo ruimte te creëren. Het doel is dat in 2023 het aantal studenten in de hyperspits met 20% is afgenomen. Tot slot wordt onderzocht of aanpassingen in de normeringen mogelijk zijn die de bestaande trein- en/of spoorinfrastructuurcapaciteit vergroten en wordt de mogelijkheid tot het uitvoeren van pilots met autonoom rijdende treinen onderzocht.

Mobility as a Service

Mobility as a Service (MaaS) staat voor een mobiliteitsconcept waarbij de consument gebruik maakt van verschillende vervoersmiddelen via één abonnement. Op dit moment worden 7 MaaS-pilots uitgevoerd. De Rijksoverheid en lokale overheden zijn voornemens deelconcepten te faciliteren en stimuleren. Hiervoor worden in bestemmingsplannen parkeer- en laadmogelijkheden dicht bij OV-locaties opgenomen. Het doel is om in 2021 100.000 deelauto’s te hebben.

Banden

Ook autobanden en de bandenspanning hebben invloed op het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van auto’s. Partijen bij het akkoord werken samen om in 2030 meer voertuigen op de best beschikbare band voor het voertuig te laten rijden, met de juiste bandenspanning. In 2030 moet het aantal voertuigen met de juiste bandenspanning met 50% zijn toegenomen ten opzichte van 2018. De juiste banden en bandenspanning kan volgens partijen leiden tot een CO2-reductie van minstens 0,1 tot 0,2 megaton.

Kortom, het zijn voor een groot deel de keuzes die reizigers maken die de uitstoot bepalen. Het antwoord op de vraag naar CO2-reductie ligt echter niet alleen in mobiliteitsgedrag, maar ook in nieuwe techniek in de aandrijving van vervoersmiddelen. In een volgend blog gaan wij daarom dieper in op de relevante punten uit het Klimaatakkoord over de nationale laadinfrastructuur!

Raadpleeg hier het definitieve Klimaatakkoord, hoofdstuk 2.6 Afspraken verduurzaming personenmobiliteit.