Gebouwen spelen een belangrijke rol in het duurzaamheidsvraagstuk, vanwege hun grote bijdrage aan het energiegebruik en de daarmee gepaard gaande CO₂ emissies. Alle nieuwe gebouwen moeten daarom op korte termijn Bijna Energie-Neutraal (‘BENG’) worden gebouwd. Over de achtergrond, betekenis en criteria van BENG schreven wij al eerder in ons blog. Nieuw te bouwen overheidsgebouwen moesten naar aanleiding van de wijziging in 2015 van het Bouwbesluit 2012 (‘Bouwbesluit’) al BENG zijn vanaf begin 2019. Naar aanleiding van een voorgestelde wijziging van het Bouwbesluit gaan de BENG-eisen vanaf 1 juli 2020 ook gelden voor alle overige nieuwbouw. Bovendien zijn de eisen nu definitief vastgesteld en daarbij aangescherpt.

Europese wetgeving geïmplementeerd

Sinds de inwerkingtreding van de herschikking van de Europese richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen (Richtlijn 2010/31/EU) is duidelijk dat de voorheen in het Bouwbesluit opgenomen EPC-normen voor energiezuinigheid (Energie Prestatie Coëfficiënt, de maat voor energiezuinigheid) moeten worden aangepast dan wel vervangen. De Europese wetgever heeft de lidstaten immers verplicht er op toe te zien dat nieuwe overheidsgebouwen vanaf 2019 en alle overige nieuwe gebouwen uiterlijk 31 december 2020 Bijna Energie-Neutraal zijn.

Geheel in lijn hiermee is in 2015, onder art. 5.2, zesde lid van het Bouwbesluit opgenomen dat nieuw te bouwen overheidsgebouwen, in afwijking van de voor de overige gebouwen geldende EPC-normen, vanaf 1 januari 2019 BENG moeten zijn. Met de op 11 juli jl. door minister Ollongren aangeboden wijziging van het Bouwbesluit wordt erin voorzien dat voor alle nieuwbouw, per 1 juli 2020 – en dus een half jaar eerder dan de Europese deadline – niet meer de EPC-normen gelden, maar de BENG-criteria.

Enkele wijzigingen

Met het ontwerpbesluit is de maximaal toegestane energiebehoefte (uitgedrukt in Kwh/m2/jaar) van gebouwen definitief en aangescherpt vastgesteld, naar aanleiding van onder meer de actualisering van de rekenmethode NTA 8800, het op grond daarvan geactualiseerde advies van de RVO naar aanleiding van kostenoptimaliteitsstudies, de motie Smeulders/Van Eijs (30 196, 633) en de uitgevoerde internetconsultatie.

Naast een differentiatie tussen verschillende gebouwfuncties (bijvoorbeeld wonen, gezondheidszorg, onderwijs, sport of winkel) wordt nu ook differentiatie op grond van bouwvorm, waaronder de compactheid van gebouwen, in het Bouwbesluit verankerd. De compactheid van een gebouw is bepalend voor de verhouding tussen het verliesoppervlak en het gebruiksoppervlak van een gebouw, en bepaalt dus het gemak waarmee aan een maximaal toegestane energiebehoefte kan worden voldaan. Hoe compacter een gebouw, hoe minder verliesoppervlak dat gebouw heeft ten opzichte van het gebruiksoppervlak. Het gebouw verbruikt dan minder energie, waardoor de norm strenger kan zijn. Daar wordt nu rekening mee gehouden. Op grond van deze differentiatie is voor sommige gebouwen een scherpere norm vastgesteld ten opzichte van de eerdere voorlopige uitgangspunten van BENG.

Omgevingswet

Het voorstel van de minister ziet ook op de wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waarin het Bouwbesluit in het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2021 zal opgaan. De minister wacht de geplande inwerkingtreding van de Omgevingswet en onderliggende AMvB’s klaarblijkelijk niet af: al over één jaar kunnen vergunningaanvragers niet meer om BENG heen.

Raadpleeg hier de Kamerbrief bij Voorhang van het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 inzake Bijna Energie-Neutrale nieuwbouw.