We kennen allemaal de verontrustende beelden: stranden vol met zwerfafval, rivieroevers bezaaid met plastic en dieren met afval in hun buik. Na de ‘Plastic Soup Surfer motie’ en onderzoek naar ervaringen uit het buitenland kwam staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) op 4 maart 2019 met het ontwerpbesluit maatregelen kleine kunststof drankflessen. Lees hierover ook ons eerdere blog. Na Kamervragen en het ontvangen van in totaal 45 zienswijzen van maatschappelijke partijen en particulieren, heeft de staatssecretaris dit ontwerpbesluit aangepast. Wij updaten u over de wijzigingen!

90% norm voor gescheiden inzameling

In het oorspronkelijke ontwerpbesluit heeft de staatssecretaris het voornemen geuit om een 90% recyclenorm voor kleine plastic flessen op te nemen in het Besluit beheer verpakkingen 2014. De producent of importeur die drank in een kunststof fles met een inhoud van minder dan 1 liter in Nederland in de handel brengt, zou per kalenderjaar zorg moeten gaan dragen voor de recycling van ten minste 90 gewichtsprocent daarvan.

De staatssecretaris heeft nu besloten het ontwerpbesluit aan te passen en de 90% recyclingnorm voor kleine plastic flessen te vervangen door een 90% norm voor gescheiden inzameling. Deze zal gaan gelden voor alle plastic flessen tot en met 3 liter. Het systeem voor kleine flessen wordt op die manier geïntegreerd met het bestaande systeem voor grotere flessen. Dit sluit bovendien aan bij de op 21 mei 2019 door de Europese Unie vastgestelde Single Use Plastics richtlijn, die Nederland gehouden is in haar wetgeving te implementeren. Op basis daarvan moet in 2029 90% van alle plastic flessen tot en met 3 liter gescheiden worden ingezameld.

De aanname is dat met deze doelstelling voor gescheiden inzameling van plastic flessen de totale hoeveelheid gerecyclede plastic verpakkingen toeneemt. De staatssecretaris heeft deze keuze gemaakt vanwege de vraagtekens die sommige zienswijzen bij de handhaafbaarheid van de recyclingnorm stelden. Bovendien worden met deze keuze overlappende en opstapelende inzamel- en recyclingdoelstellingen vermeden. Door deze regel in Nederland te laten gelden vanaf kalenderjaar 2021 wil Nederland de Europese doelstelling wel 8 jaar eerder realiseren dan volgens de richtlijn moet en daarmee een koploperspositie binnen de EU behouden.

Statiegeldbepalingen

Het verpakkend bedrijfsleven is verantwoordelijk voor het halen van deze norm en het is dan ook aan de sector zelf om medio 2020 overtuigend aan te tonen dat de prestatieafspraak van 90% recycling van plastic flessen tot en met 3 liter is gerealiseerd. Kan de sector dat niet overtuigend aantonen, is de staatssecretaris voornemens statiegeld in te voeren. Zo zou er ook voor kleine plastic flessen een statiegeldverplichting gaan gelden. De rapportage van het bedrijfsleven wordt in 2020 onafhankelijk beoordeeld door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

In het oorspronkelijke ontwerpbesluit lag de focus op de invoering van statiegeld voor kleine flesjes. Dit vanwege de bijdrage van juist dit type flessen aan het zwerfafval en de plasticsoep. Nu het statiegeldsysteem voor grote flessen goed werkt in Nederland en grote flessen niet of nauwelijks in het zwerfafval terecht komen, heeft de staatssecretaris er nu voor gekozen de statiegeldsystemen voor kleine en grotere flessen te integreren. De statiegeldbepalingen zijn daarom in het aangepaste besluit van toepassing op alle plastic flessen voor frisdrank en water, tot en met 3 liter. Hiermee liggen de norm voor 90% gescheiden inzameling en de bepalingen over statiegeld direct in elkaars verlengde. Bovendien was het systeem voor grote kunststofflessen nooit wettelijk vastgelegd, wat met dit ontwerpbesluit wel gaat gebeuren.

Afgezien daarvan zal het statiegeldbedrag tussen de twee typen flessen wel gaan verschillen. Op grote flessen blijft dit 25 cent. Een spoedig op te stellen ministeriële regeling zal voorzien in het voorschrijven van het minimumbedrag van statiegeld voor de kleine flesjes, evenals de aanduiding daarop. Daarbij wordt gedacht aan een minimumbedrag van 10 of 15 cent. Dit is in lijn met afspraken die de staatssecretaris vorig jaar met het bedrijfsleven maakte.

Flessen waarop geen statiegeld zal worden geheven zijn die voor sappen en zuivel. Deze flessen zijn wel onderdeel van de 90% norm voor gescheiden inzameling voor alle flessen, maar worden niet middels een statiegeldsysteem ingezameld. De voornaamste redenen daarvoor liggen op het vlak van hygiëne en in het feit dat voor het verpakken van sappen en zuivel vaak gebruik wordt gemaakt van andere soorten plastic. Het staat het bedrijfsleven vrij om flessen voor sappen en zuivel gescheiden in te zamelen middels een statiegeldsysteem. Indien zij hier niet voor kiezen dient het bedrijfsleven deze flessen op een andere manier gescheiden in te zamelen om te kunnen voldoen aan de 90% norm voor gescheiden inzameling.

Innameplicht

Het ontwerpbesluit verlegt de verantwoordelijkheid voor het heffen en terugbetalen van statiegeld naar de producenten en importeurs van de flesjes, waar deze verantwoordelijkheid nu nog bij de verkooppunten ligt, zoals de supermarkten. De innameplicht gaat hiermee verschuiven van de verkooppunten naar de producenten en importeurs. Dit betekent concreet dat deze laatste groep een landelijk dekkend en effectief systeem van inzamelpunten zal moeten opzetten. Dit blijft ongewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke conceptvoorstel.

De staatssecretaris heeft hiervoor gekozen omdat verkooppunten niet per definitie de plek zijn waar flesjes vrijkomen. Bovendien wordt door de innameverplichting bij verkooppunten te leggen niets georganiseerd m.b.t. de inzameling op andere locaties zoals treinstations, cateringlocaties, winkel- en stadscentra en benzinestations, aldus de staatssecretaris. Indien producenten verkooppunten willen inschakelen voor de inzameling, zullen ze daarvoor een voor verkooppunten aantrekkelijk aanbod moeten doen. De Wet milieubeheer laat het overigens niet toe deze verantwoordelijkheid te verdelen.

Gemeenten zijn uitdrukkelijk niet gemoeid met de uitvoering en bekostiging van dit systeem. Zij brengen immers geen flesjes op de markt. Dit betekent dat gemeenten, die er bijvoorbeeld in de praktijk mee worden geconfronteerd dat in een bepaald gebied of verkooppunt veel zwerfafval is in de vorm van flesjes, geen mogelijkheid zullen krijgen om met een aanwijzing kleine winkels tot inname te verplichten. Zo wordt één landelijk systeem beoogd, in plaats van het per gemeente hanteren van verschillende systemen.

Blikjes vallen niet onder het ontwerpbesluit

De conceptregelgeving is primair gericht op vermindering van de plastic soep via statiegeld voor plastic flessen. Er is daarom niet voor gekozen blikjes mee te nemen in dit ontwerpbesluit, ook niet in de laatste versie. Indien er op een later moment een wens of noodzaak zou zijn om ook statiegeld op andere drankverpakkingen dan kunststof flessen te verplichten, moet het Besluit beheer verpakkingen 2014 worden aangepast. De staatssecretaris is in overleg met de VNG, het bedrijfsleven en Natuur en Milieu over de manier waarop een specifieke aanpak voor blik kan worden ingevuld.

Raadpleeg hier het aangepaste ontwerpbesluit maatregelen kleine kunststof drankflessen en hier het verslag van het schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit en de daarin gestelde vragen en bijbehorende antwoorden.