Participatie is cruciaal in de strijd tegen de klimaatverandering. Dat is niet alleen de kernboodschap van het (ontwerp) Klimaatakkoord. Deze boodschap klinkt ook door in de Klimaatwet, die de Eerste Kamer op 28 mei 2019 heeft aangenomen. Mede op advies van de Raad van State is participatie verankerd in de Klimaatwet. Benieuwd hoe? Lees dan verder!

In haar advies op de Klimaatwet wijst de Raad van State op het belang van participatie. Dit belang wordt door initiatiefnemers van de wet onderschreven. De uitvoering van de Klimaatwet zou volgens de initiatiefnemers niet alleen ‘top down’ moeten gebeuren, maar juist ruimte moeten laten voor een ‘bottom up’ benadering. Hierbij dienen alle betrokken partijen − bestuursorganen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers − nauw te worden betrokken. Dialoog en maatschappelijke initiatieven moeten gestimuleerd worden. De initiatiefnemers erkennen dat de formele inspraakprocedure van de Algemene wet bestuursrecht die bij de vaststelling van een klimaatplan gevolgd moet worden een te beperkt instrument is. Hoewel participatie ook zonder wettelijke grondslag kan plaatsvinden, achten de initiatiefnemers het in dit geval wenselijk hierover in de wet een bepaling op te nemen.

Artikel 8 van de Klimaatwet regelt daarom dat de Minister van Economische Zaken en Klimaat (de Minister) overleg voert met bestuursorganen van provincies, waterschappen, gemeenten en met overige relevante partijen. In het overleg worden in ieder geval de voortgang van de uitvoering van het vigerende klimaatplan en voorstellen voor maatregelen voor het in voorbereiding zijnde klimaatplan besproken (zie over het klimaatplan ons eerdere blog). De verantwoordelijkheid voor het bevorderen van participatie en overleg ligt bij de Minister. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het algemene beginsel dat de regering ter voorbereiding en uitvoering van regelgeving de samenleving betrekt.

Uitgangspunt van artikel 8 is dat voor de uitvoering van de Klimaatwet overleg gevoerd wordt met alle relevante partijen. Het overleg ziet dus niet alleen op het opstellen van het klimaatplan en de klimaatbegroting, maar ook op de uitvoering van de daarin opgenomen maatregelen. Verder ziet het overleg op het bevorderen van afspraken met partijen, waarbij gedacht kan worden aan afspraken zoals het Energieakkoord.

Kortom: na de Omgevingswet en het (ontwerp) Klimaatakkoord wordt met de Klimaatwet opnieuw het belang van participatie benadrukt.