Het is officieel: op dinsdag 28 mei stemde de Eerste Kamer vóór de Klimaatwet. Het voorstel werd met 62 van de 75 stemmen aangenomen. Daarmee wordt nu in de wet vastgelegd dat we de klimaatdoelen uit het klimaatakkoord van Parijs moeten halen. Om ervoor te zorgen dat deze doelen ook werkelijkheid worden, bevat de Klimaatwet meerdere mechanismen. Wij bespreken de drie voornaamste: het klimaatplan, de Klimaat- en Energieverkenning en de klimaatnota.

Koers houden met behulp van klimaatplan

De Klimaatwet is een zogenaamde ‘kaderwet’. Dat wil zeggen dat met deze wet de route voor het behalen van de klimaatdoelen is vast komen te staan. Hóe de klimaatverandering aangepakt gaat worden, wordt duidelijk in het klimaatplan. De Klimaatwet bepaalt dat een kabinet elke vijf jaar zo’n klimaatplan moet maken. In dat plan staan de belangrijkste beslissingen die de overheid de komende jaren neemt op het gebied van klimaatbeleid en worden bovendien de laatste nationale en internationale klimaatontwikkelingen beschreven. Het klimaatplan bevat verder een klimaatbegroting met emissiebudgetten − de maximale uitstoot van CO2 per sector gedurende vijf jaar – en vijfjaarlijkse doelstellingen voor energiebesparing.

Het kabinet moet dit klimaatplan zes tot twaalf maanden voorafgaand aan het vaststellen ervan laten doorrekenen door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Op die manier houdt het kabinet in de gaten of we de drie doelen halen die in de Klimaatwet staan en wij in ons eerdere blogbericht al vermeldden: de uitstoot van broeikasgassen moet voor 2030 met 49% omlaag ten opzichte van het ijkjaar 1990. In 2050 moet dat 95% zijn. Tegelijkertijd moet het aandeel broeikasgas-neutrale elektriciteit worden opgeschroefd tot 100% in 2050.

Met de doorrekeningen brengt het PBL niet alleen de verwachte en gerealiseerde emissiereductie in kaart, maar ook alle maatschappelijke, financiële, economische en werkgelegenheidseffecten van de beleidsplannen. Het klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de Europese Unie moeten worden opgesteld en het akkoord van Parijs. Op basis van het akkoord van Parijs moet ons klimaatplan bovendien elke vijf jaar worden aangescherpt.

Details volgen uit het Klimaatakkoord

De specifiek te nemen maatregelen in dit verband worden duidelijk in het Klimaatakkoord: een ander traject. Het Klimaatakkoord wordt op dit moment nog uitonderhandeld aan de klimaattafels door bedrijven, organisaties en de overheid. Het kabinet heeft aangekondigd het pakket aan maatregelen eind juni, begin juli te presenteren. Het Klimaatakkoord wordt samen met het eerder gesloten Energieakkoord onderdeel van het eerste klimaatplan.

Klimaat- en Energieverkenning en klimaatnota: hoe staan we ervoor?

Het klimaatplan dient als houvast voor de jaarlijkse klimaatnota. In ons eerdere bericht lichtten wij al toe: de klimaatnota is een kabinetsreactie op de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) die het PBL op iedere vierde donderdag in oktober zal publiceren en waarin de laatste cijfers en andere actuele zaken omtrent het klimaat staan. Deze dag wordt voortaan Klimaatdag genoemd. De KEV is een uitbreiding van de Nationale Energieverkenning die het PBL nu al ieder jaar maakt. In de KEV staat hoeveel broeikasgassen er wordt uitgestoten en of bijvoorbeeld aanvullend beleid nodig is om de doelen te halen. Worden doelstellingen per jaar niet gehaald, dan dient de regering in de nota inzichtelijk te maken wat nodig is om de doelstellingen uit het klimaatplan alsnog te behalen. Naar aanleiding van het ‘klimaatjaarverslag’ van het PBL en de klimaatnota debatteert het parlement. De Raad van State beoordeelt vervolgens de nota en geeft onafhankelijk advies.

Gelet op de doelen van de wet achten de initiatiefnemers het van belang dat de wet zo snel mogelijk in werking treedt. Naar verwachting al dit jaar.

Raadpleeg hier alle informatie over de Klimaatwet.