De Eerste Kamer heeft op 28 mei 2019 de Klimaatwet aangenomen. Het initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks en PvdA werd gedragen door acht partijen en leidt nu definitief tot een wettelijke verankering van de wijze waarop het Nederlandse klimaatbeleid invulling geeft aan de Overeenkomst van Parijs. Een korte samenvatting; een uitgebreider blogbericht volgt!

Klimaatdoelstellingen

De Klimaatwet stelt klimaatdoelstellingen voor de regering vast. Tegelijkertijd biedt de wet een kader voor de ontwikkeling, effectmeting en wijze van verantwoording van het beleid dat moet leiden tot het halen van de vastgelegde klimaatdoelstellingen. Hoofddoel van de wet is het bereiken van 95% broeikasgasreductie in Nederland in 2050 ten opzichte van 1990, met als tussendoel een streven naar 49% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990.

De 49% is afkomstig uit een rapport van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL is nagegaan wat voor Nederland voor 2030 een passend emissiereductiedoel is om de doelstelling uit het Parijs-akkoord te kunnen realiseren. PBL concludeert dat 49% emissiereductie in lijn is met 95% emissiereductie in 2050 en passend is bij het realiseren van de doelstelling uit Parijs-akkoord om de temperatuurstijging te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius. Indien wordt uitgegaan van de doelstelling uit het Parijs-akkoord om de temperatuurstijging tot 1,5 graden Celsius te beperken, zou 55% emissiereductie in 2030 passend zijn, aldus PBL. Overigens zijn deze doelstellingen, gegeven het aandeel dat Nederland heeft in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, onvoldoende om de doelstellingen uit Parijs te halen.

Naast een emissiereductiedoelstelling kent de wet als nevendoel het streven naar 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.

Klimaatplan

De wet bepaalt dat het kabinet om de vijf jaar een klimaatplan moet vaststellen, voor het eerst in 2019; dus op korte termijn. Het klimaatplan bevat de hoofdzaken van het te voeren klimaatbeleid gericht op het realiseren van de doelstellingen uit de wet voor de eerstvolgende tien jaren, zoals maatregelen gericht op het beperken van broeikasgasemissies en maatregelen die worden getroffen om het aandeel hernieuwbare energie te stimuleren alsook de besparing op het primaire energiegebruik. Het eerste klimaatplan zal betrekking hebben op de periode van 2021 tot en met 2030.

Klimaatdag: Klimaat- en energieverkenning en Klimaatnota

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) moet volgens de wet jaarlijks een klimaat- en energieverkenning uitbrengen. De klimaat- en energieverkenning is een wetenschappelijk rapport over de gevolgen van het gevoerde klimaatbeleid in het voorafgaande kalenderjaar. De publicatie verschijnt op iedere vierde donderdag in oktober. Die dag wordt (naar voorbeeld van Prinsjesdag) voortaan Klimaatdag genoemd. In reactie op de verkenning van het PBL stelt het kabinet een Klimaatnota op, waarin wordt beschreven hoe de doelen uit het Klimaatplan moeten worden gehaald. Daarover wordt vervolgens gediscussieerd in het parlement.

Later gaan wij in een uitgebreider blogbericht nader in op de inhoud en strekking van de Klimaatwet.