Van alle manieren om onszelf voort te bewegen, heeft vliegen de grootste klimaatimpact per kilometer per persoon. Zowel het aantal passagiers als de tonnen luchtvracht zijn in Nederland, evenals in de rest van de wereld, gedurende de afgelopen twintig jaar sterk toegenomen. En daarmee de CO2-uitstoot van de sector. Met de prognose dat de luchtvaartsector ook de komende jaren mondiaal blijft groeien en we tegelijkertijd de uitstoot willen beperken om aan de klimaatdoelstelling van Parijs te voldoen, is een pakket aan maatregelen op verschillende niveaus noodzakelijk. Minister van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) informeerde de Kamer daarover in haar brief van 27 maart 2019.

Inzet klimaatbeleid luchtvaart

De minister geeft daarin aan dat CO2-reductie voor de luchtvaartsector via drie type maatregelen plaats kan vinden: duurzamer vliegen, compenseren van uitstoot in andere sectoren en het mogelijk maken van alternatieven voor vliegen.

In het kader van duurzaam vliegen wil zij inzetten op versnelling van de innovaties die de grootste bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen voor de luchtvaart, maar pas op de lange termijn operationeel zullen zijn en CO2-uitstoot zullen reduceren. Compleet nieuwe vliegtuigontwerpen en de ontwikkeling van elektrische of hybride vliegtuigen vergen immers relatief veel onderzoek en tijd. Ten aanzien van het elektrisch/hybride vliegen is de doelstelling dat in 2030 de eerste elektrisch-hybride toestellen met 20-50 passagiers beschikbaar zijn voor commercieel gebruik. Daarnaast is de ambitie dat in 2050 alle korte afstandsvluchten vanuit Nederland tot ongeveer 500 kilometer volledig elektrisch zijn. Het zetten van deze eerste stappen in de kleine luchtvaart en prikkels via internationale regelgeving moeten de gewenste innovatie een impuls geven.

Evenals op marktwerking gebaseerde systemen die luchtvaarmaatschappijen verplichten hun uitstoot boven een bepaald plafond te compenseren door emissierechten te kopen van partijen – veelal buiten de luchtvaartsector – die deze ‘over hebben’. Een systeem vergelijkbaar met het al geldende EU-ETS (European Trading System) voor intra-Europese vluchten. In 2016 is bovendien het besluit genomen tot het invoeren van een mondiaal CO2 compensatie- en reductiesysteem: CORSIA. De eerste fase van CORSIA start per 1 januari 2021. Met het stijgen van de prijs van emissierechten door dergelijke op marktwerking gebaseerde systemen, is de aanname dat de luchtvaartsector wordt gestimuleerd om te investeren in maatregelen en innovaties die bijdragen aan CO2-reductie.

Onder de noemer ‘alternatieven voor vliegen’ ziet de minister onder meer kansen in bewustwording van de consument en in treinvervoer. Zo wordt gewerkt aan een campagne om mensen aan te zetten tot het gebruik van een zo klimaatvriendelijk mogelijk vervoersmiddel. Een gezamenlijk plan om internationale treinreizen beter aan te laten sluiten op vliegreizen, reistijd en prijsverschillen te verkleinen en het comfort van treinreizen te vergroten, moet het reizen met de trein een gelijkwaardiger alternatief voor het vliegtuig maken.

De voorkeur gaat bij alle oplossingsrichtingen uit naar afspraken op mondiaal niveau. Waar dat onvoldoende haalbaar is, kunnen Europese afspraken worden overwogen.

Ontwerpakkoord Duurzame Luchtvaart

Binnen het nationale klimaatproces waarin Nederland werkt aan een Klimaatakkoord, heeft het Ministerie van IenW de Duurzame Luchtvaarttafel geïnitieerd. Dit is een deeltafel van de sectortafel Mobiliteit, waaraan naast het ministerie ook sectorpartijen en andere organisaties deelnemen. Deze deeltafel heeft in februari 2019 met elkaar het Ontwerpakkoord Duurzame Luchtvaart vastgesteld, dat zich vooral richt op (technologische) maatregelen die het vliegen duurzamer maken. Daarin hebben zij de internationale doelstelling opgenomen om de CO2-uitstoot van vliegtuigen in 2050 te halveren ten opzichte van 2005. Vanaf 2020 dient de groei van luchtvaarmaatschappijen CO2-neutraal te zijn, waar de sector in 2070 idealiter helemaal geen emissies meer uitstoot. Voor de grondgebonden activiteiten geldt de zero-emissie doelstelling voor 2030. Voor de binnenlandse luchtvaart is dat 2050.

Andere gewichtige nationale en internationale maatregelen

Naast de voorbereidingen die worden getroffen voor deelname van de luchtvaart aan het wereldwijde emissiehandelssysteem CORSIA, de plannen voor elektrisch/hybride vliegen en de (bewustwording van) alternatieve vervoermiddelen, zet Nederland zich nog op meerdere andere punten in.

Bijvoorbeeld waar het gaat om de steeds striktere certificeringsnormen voor vliegtuigmotoren en vliegtuigontwerpen. Begin 2017 heeft Internationale Burgerluchtvaartorganisatie ICAO een eerste CO2-certiciferingsstandaard vastgesteld, die in 2023 van kracht is voor nieuwe vliegtuigontwerpen. Deze standaard, mits gehandhaafd, moet ervoor zorgen dat CO2-uitstootniveaus in ieder geval niet hoger worden. Wanneer vliegtuigen in 2028 niet aan deze standaard voldoen mogen ze niet meer geproduceerd worden. Nederland ondersteunt dit en laat bovendien regelmatig expert reviews uitvoeren, die in beeld brengen of en op welke wijze sprake zou kunnen zijn van een verdere aanscherping van certificeringsnormen.

Verder staat de stimulering, de ontwikkeling en het gebruik van duurzame (bio)brandstoffen op de agenda. Doel is dat 14% van de brandstof voor luchtvaart in Nederland in 2030 duurzaam is. Om dit te bewerkstelligen wil het kabinet het – nu nog grote – prijsverschil tussen fossiele brandstof en biokerosine terugbrengen. De minister geeft in dit verband ook aan de maatregel van het instellen van een ‘jaarverplichting hernieuwbare energie’ te willen verkennen, om zo bovendien een grootschaliger binnenlandse productie van synthetische kerosine te stimuleren.

Gelet op de constatering dat een Europese belasting op luchtvaart op korte termijn niet te realiseren is, zal per 2021 een nationale vlieg(ticket)belasting worden ingevoerd. Deze belasting wordt op dit moment verder onderzocht en uitgewerkt.

Tot slot is Single European Sky (SES) een Europees initiatief dat Nederland actief ondersteunt. Door veranderingen in het luchtverkeerssysteem zoals betere samenwerking bij de inrichting van het luchtruim, harmonisatie van regelgeving en toepassing van innovatieve technologieën voor air traffic management (ATM), zou efficiënter en via kortere routes gevlogen kunnen worden. Hiermee ambieert SES een vermindering van de CO2-uitstoot per vlucht met 10%.

Lees hier de Kamerbrief van minister van Nieuwenhuizen van 27 maart 2019.