Wat niet wordt verbruikt, hoeft niet te worden opgewekt. Met het op handen zijnde Klimaatakkoord en de verwachte toename van de vraag naar energie de komende decennia, is energiebesparing misschien wel de eerste belangrijke stap naar verduurzaming. Een energielabel op een apparaat laat in één oogopslag de energiezuinigheid daarvan zien. Al sinds 1992 bestaan verplichtingen over het vermelden van energielabels op producten zoals witgoed. De wetgever heeft recent een concept wetsvoorstel ter consultatie neergelegd waarin onder meer de mogelijkheid is opgenomen om een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete op te leggen indien een fabrikant, importeur of detailhandelaar zich niet aan deze verplichtingen houdt. De wetgever wil hiermee de effectiviteit van de handhaving vergroten. In dit blog gaan we in op de wetgeving met betrekking tot energielabels en de contouren van het concept wetsvoorstel.

Het verplicht hanteren van energielabels

In 1992 trad de eerste Europese richtlijn met regels over de vermelding van energielabels op energie verbruikende producten zoals huishoudelijke apparaten in werking. Na een tweede richtlijn in 2010 is per 1 augustus 2017 de Verordening (EU) nr. 2017/1369 in werking getreden. Op grond van deze verordening zijn leveranciers (fabrikanten of importeurs) van energie verbruikende producten niet alleen verplicht etiketten en productinformatiebladen te verstrekken waarop het (juiste) energielabel vermeld staat. Vanaf 1 januari 2019 zijn leveranciers ook verplicht om bij nieuwe modellen de energielabels in een productendatabank in te voeren. Een detailhandelaar of andere professionele verkoper van het product dient het energielabel op het product aan te brengen en in reclame-uitingen te vermelden, ook online. Deze en andere verplichtingen strekken ertoe dat consumenten een geïnformeerde keuze kunnen nemen over de aanschaf van een energie verbruikend product. Tegelijk worden fabrikanten aangemoedigd om producten te maken die zo min mogelijk energie verbruiken. De Europese Unie hoopt met deze regels bij te dragen aan de matiging van de vraag naar energie die zij als een speerpunt in het beleidskader voor klimaat en energie voor 2030 heeft neergelegd.

Uitbreiding handhaving

Voor het succes van de verordening is belangrijk dat tegen overtredingen doeltreffend wordt opgetreden. Ontoereikende handhaving zou deze regelgeving immers tot een dode letter maken. Op grond van Nederlandse wetgeving (de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie en het Besluit energie-etiketting energiegerelateerde producten) is het sinds 1 januari 2018 al verboden om in strijd te handelen met specifieke bepalingen uit de verordening. De overtreding van die bepalingen kwalificeert als economisch delict, waarvoor strafrechtelijke vervolging mogelijk is. Daarnaast is het op dit moment mogelijk dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) specifieke maatregelen treft. De NVWA ziet (in mandaat, namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat) toe op de naleving van de verordening en kan op dit moment producten die een onjuist energielabel vermelden uit de handel nemen of terugroepen.

De wetgever wil de effectiviteit van de handhaving echter nog verder vergroten. De verwachting is dat met bestuurlijke handhaving eenvoudiger en sneller kan worden gereageerd op overtredingen, dan wanneer overtredingen strafrechtelijk moeten worden vervolgd. Daarbij speelt ook een rol dat bij de NVWA meer (technisch deskundige) capaciteit voorhanden is dan bij het Openbaar Ministerie. Dat is winst! Daarom wordt in het wetsvoorstel voorgesteld dat de NVWA ook lasten onder bestuursdwang, een last onder dwangsom of bestuurlijke boetes kan opleggen indien specifieke bepalingen uit de verordening of de hiervoor genoemde Nederlandse wetgeving worden overtreden. Een last onder bestuursdwang kan er bijvoorbeeld toe strekken dat een leverancier verplicht wordt zijn etiketten aan te passen en, zolang dat niet het geval is, het product niet ter verkoop aan te bieden. Een last als deze kan ook als last onder dwangsom worden opgelegd, wat betekent dat de leverancier een dwangsom moet gaan betalen als hij niet binnen een specifieke termijn de last opvolgt. Wat betreft de bestuurlijke boete is in het voorstel aangegeven dat de hoogte nog per specifieke overtreding nader zal worden bepaald en een gefixeerd bedrag zal omvatten. De hoogte zal in ieder geval maximaal € 20.750 bedragen.

Strafrechtelijke handhaving blijft mogelijk

De introductie van deze bestuurlijke sancties betekent dus niet dat strafrechtelijke handhaving niet langer mogelijk zal zijn. Wanneer sprake is van verzwarende omstandigheden als recidive, of het manipuleren van testresultaten voor een (meer gunstige) energie-etikettering, ligt volgens de wetgever strafrechtrechtelijke handhaving meer voor de hand dan bestuurlijke sanctionering. Hetzelfde geldt bij opzettelijke of roekeloze overtredingen die leiden tot ernstige misleiding van de consument of met een aanmerkelijk economisch voordeel, of daar waar met het strafrecht een hogere geldboete kan worden opgelegd.

Doorberekening kosten controles

Een ander onderdeel van het concept wetsvoorstel is tot slot dat de kosten voor administratieve en fysieke controles kunnen worden doorberekend aan de leverancier die overtredingen begaat. Dit volgens het principe ‘de veroorzaker betaalt’. Alleen de daadwerkelijke kosten mogen daarbij worden doorberekend.

Consultatievoorstel

De wetgever heeft besloten tot een internetconsultatie van het concept wetsvoorstel. Dat betekent dat een ieder kan reageren op het voorstel en bijvoorbeeld suggesties voor aanpassing of verbetering kan doen. Met name voor producenten, handelaren, leveranciers en consumenten een kans om mee te denken over een wetswijziging met impact op henzelf én op de klimaatdoelstellingen. Reageren op het voorstel kan tot en met uiterlijk 4 maart 2019.