Het beleid van de overheid is al langere tijd gericht op het zuiniger en slimmer omgaan met grondstoffen. Niet alleen heeft het kabinet in september 2016 met het Rijksbrede Programma Circulaire Economie het doel gesteld om Nederland in 2050 volledig circulair te hebben, met andere woorden zonder afval, ook is er in 2017 een Nationaal Grondstoffenakkoord getekend. Daarin is de afspraak neergelegd dat Nederland in 2030 50% minder primaire grondstoffen gebruikt. Deze ambities hebben op 8 februari 2019 handen en voeten gekregen in het Uitvoeringsprogramma circulaire economie. Daarin gaat staatssecretaris van Veldhoven (Infrastructuur en Milieu) bovendien in op de huidige stand van zaken zoals geïnventariseerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het op 11 januari 2019 uitgebrachte rapport ‘Circulaire economie in kaart’.

Uitvoeringsprogramma circulaire economie

In het uitvoeringsprogramma komt een brede verscheidenheid aan soorten circulaire activiteiten aan de orde die kunnen bijdragen aan een slimmere omgang met grondstoffen om zo minder CO2-uitstoot te kunnen realiseren. De focus ligt in het programma op de vijf ‘prioritaire ketens’ die het meest belangrijk zijn voor onze economie, maar het milieu in hoge mate belasten: biomassa en voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. In het algemeen is er in het rapport veel aandacht voor circulair ontwerpen, marktprikkels en deeleconomie. Een aantal voorbeelden van genoemde projecten zijn:

  • Het in 2030 volledig circulair laten werken van het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat, als grote opdrachtgevers en beheerders van vastgoed en infrastructuur. Recent werd het eerste circulaire viaduct geopend;
  • De uitbreiding van producentverantwoordelijkheid voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn of worden gebracht, bijvoorbeeld door producenten van duurzame energievoorzieningen een circulair businessmodel te laten ontwikkelen waarbij de kritische en schaarse materialen die langdurig nodig zijn voor de energietransitie behouden blijven in de keten;
  • Het in de toekomst voor de productie van asfalt gebruiken van de natuurlijke lijmstof die bomen hun stevigheid geeft en vrijkomt bij het maken van karton en papier;
  • De inzet op recyclen van afgedankte matrassen (95% in 2025) en het duurzamer ontwerpen van nieuwe matrassen, waardoor 75% van de nieuwe matrassen in 2025 gemakkelijk uit elkaar te halen is om de materialen opnieuw te gebruiken.

Aan meerdere van deze projecten leveren gemeenten, provincies en waterschappen een bijdrage of hebben zij het trekkerschap.

PBL: juridische belemmeringen en nog te weinig innovatieve ontwerpen

Het uitvoeringsprogramma komt op een goed moment. Het PBL signaleert in het op 11 januari 2019 uitgebrachte rapport ‘Circulaire economie in kaart’, dat er op dit moment nog onvoldoende zicht is op de door het kabinet beoogde versnelling die nodig is om in 2050 volledig circulair te zijn. Ondanks dat er in Nederland al zo’n 85.000 circulaire activiteiten plaatsvinden, zijn deze nog teveel gericht op recycling en zijn slechts 1.500 activiteiten echt vernieuwend. Voorbeelden ervan zijn de Fairphone met lange levensduur door een vervangbare camera en speakers, en abonnementen zoals Swapfiets waarbij de nadruk ligt op gebruik van een object in plaats van bezit ervan.

Eén van de aanbevelingen het PBL in dit verband doet, is dat de overheid aandacht zou kunnen besteden aan alle mogelijkheden voor circulaire economie. Niet met een enkele focus op recycling, een strategie die in Nederland al redelijk ver is ontwikkeld, maar ook op andere strategieën die het grondstoffengebruik sterk verminderen. Hierbij kan worden gedacht aan inkoop, aanbesteding, design-for-recycling, delen of leasen van producten.

Het adviesrapport constateert daarnaast onder meer belemmeringen in de wet- en regelgeving die vernieuwende initiatieven, vooral op het gebied van producthergebruik en reparatie, in de weg staan. Innoveren betekent pionieren en daarbij is niet altijd duidelijk welke regels gelden en of een nieuw idee binnen de bestaande juridische kaders kan worden vormgegeven en gerealiseerd. Vergunningverleners durven niet altijd af te wijken van een strikte interpretatie van wet- of regelgeving, aldus het PBL. Daardoor komt zelfs het gebruik van sommige reeds bestaande circulaire producten, zoals biomassa als bouwmateriaal, nog maar moeilijk van de grond.

Het PBL adviseert overheden in dit verband gebruik te maken van de tijdelijke experimenteerruimte die de Crisis- en Herstelwet biedt. Deze wet geeft overheden immers de unieke mogelijkheid om in specifieke gebieden af te wijken van bestaande wet- en regelgeving ten behoeve van vernieuwende en duurzame projecten. Ook kunnen gemeenten een vast ‘aanspreekpunt circulaire economie’ opzetten, voor het geven van informatie over de noodzaak tot vergunningen voor de uitvoering van circulaire activiteiten.

Uitvoeringsprogramma sluit aan bij aanbevelingen

Naast de brede verscheidenheid aan soorten circulaire activiteiten die in het uitvoeringsprogramma aan bod komt, worden onder meer de aanbevelingen die het PBL doet om barrières weg te nemen op wetgevingsgebied en op het vlak van vergunningverlening in het uitvoeringsprogramma geadresseerd.

Zo stelt het programma dat de in januari 2018 ingestelde ‘Taskforce Herijking Afvalstoffen’ na de zomer van 2019 een onafhankelijk advies uitbrengt aan de Staatssecretaris van IenW over belemmeringen in de afvalwet- en regelgeving en de uitvoering ervan, die de ontwikkeling naar een circulaire economie in de weg staan. De voorstellen die daarin gedaan worden voor oplossingen moeten passen binnen de kaders van de Europese afvalregelgeving en geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de volksgezondheid en het milieu.

In geval dat meer circulaire verwerkingstechnieken beschikbaar komen, is het verder nuttig te onderzoeken of de opslagtermijn van drie jaar zoals deze is geregeld in het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (BSSA), verlengd kan worden. Naar aanleiding van een inventarisatie zal eventueel aangepaste regelgeving in 2020 operationeel zijn, aldus het uitvoeringsprogramma.

Om tot verbeteringen te komen bij het scheiden van afval, zal bovendien het wettelijk kader voor afvalinzameling in de kantoor-, winkel- en dienstensector kritisch worden bezien. Experimentele pilots voor het efficiënter inzamelen van bedrijfsafval, onder meer onder de Crisis- en Herstelwet, is daarbij één van de lijnen.

Tweede leven plastic afval: €3 miljoen voor Nationaal Testcentrum Circulaire Plastics

Ook het hergebruiken van plastics is een essentieel onderdeel om de doelstelling van een volledig circulair Nederland te realiseren. Uit cijfers van het Afvalfonds Verpakkingen volgt echter dat in 2017 slechts de helft van alle kunststofverpakkingen werd gerecycled. Dit onderwerp komt niet alleen in het uitvoeringsprogramma aan bod, ook moet een nieuw op te richten Nationaal Testcentrum Circulair Plastics (NTCP) daar verandering in brengen.

Het NTCP gaat nieuwe mogelijkheden en technieken onderzoeken om het sorteren en recyclen van plastic verpakkingen te verbeteren. Hoewel het met het inzamelen van plastic goed gaat, kan het onafhankelijke testcentrum onze kennis vergroten over hoe we van ons oude ingezamelde plastics nieuwe spullen kunnen maken. Doel is uiteindelijk om het aandeel gerecyclede plastics in onder ander andere verpakkingen fors te vergroten. Het centrum is beschikbaar voor de gehele markt en zal nog in 2019 haar deuren openen.

Ook zal de staatssecretaris in februari 2019 het ‘Plastic Pact’ presenteren: een geheel aan afspraken tussen overheden en het bedrijfsleven waarin minder plastic en meer recycling centraal staat. Dit pact moet ervoor zorgen dat in 2025 alle verpakkingen recyclebaar zijn. Hiermee wordt vooruitgelopen op wetgeving tegen eenmalig plastic die in Europees verband wordt voorbereid. Zie hierover ook ons eerdere blogbericht.

Uit het voorgaande volgt dat de circulaire economie steeds meer vorm krijgt. Eer moet nog veel gebeuren, maar er worden maatregelen genomen om de circulaire economie vorm te geven