Dit is het dertiende deel van onze blogreeks over het ontwerp-Klimaatakkoord. In deze reeks bespreken wij verschillende onderwerpen waarover partijen aan de klimaattafels met elkaar afspraken hebben gemaakt. In dit bericht staan de ambities met betrekking tot landbouw en landgebruik centraal.

De sectortafel Landbouw en landgebruik heeft in het op 21 december 2018 gepresenteerde ontwerp-Klimaatakkoord een fors pakket aan maatregelen en afspraken vastgelegd ter effectuering van de ambities van de sector voor het jaar 2030. De sectortafel kijkt bovendien ook verder vooruit, door alvast enkele doelen te stellen voor in het jaar 2050. In het ontwerp Klimaatakkoord zijn de in het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord gepresenteerde plannen (waar wij eerder ook over hebben geblogd) nader uitgewerkt en geconcretiseerd.

Het belang van sectormaatregelen

De sectortafel benadrukt in het ontwerp Klimaatakkoord dat de sector een positieve bijdrage kan leveren aan de effectuering van de klimaatdoelstelling én de energietransitie. Natuur, bomen, gewassen en landbouwgronden kunnen CO2 vastleggen en maken het ook mogelijk om biomassa te produceren, dat mede kan worden gebruikt als grondstof voor de opwekking van energie. Bovendien bestaan er ruime mogelijkheden voor de opwek van hernieuwbare energie binnen de sector. Anderzijds erkent de sectortafel dat de sector ook CO2 zal blijven uitstoten vanwege bijvoorbeeld de uitstoot van methaan en lachgas door de veehouderij.

In dit kader stelt de sectortafel de ambitie om de onvermijdelijke uitstoot van broeikasgassen enerzijds en de maatregelen met een positieve weerslag op het klimaat anderzijds in 2050 met elkaar in balans te brengen. Op naar een klimaatneutrale sector dus!

Opgave en ambitie

De opgave en ambitie van de sectortafel in het ontwerp Klimaatakkoord zijn na de vaststelling ervan in de eerdere hoofdlijnen van het Klimaatakkoord nagenoeg ongewijzigd gebleven. De sector heeft van het kabinet opdracht gekregen een afname van in totaal 3,5 Mton CO2-equivalenten te realiseren, aanvullend op reeds bestaand beleid. Hiermee kan volgens het kabinet worden verzekerd dat in 2030 een Nederlandse emissiereductie van 49% wordt bereikt.

De sectortafel wenst deze doelstelling te bereiken door in te zetten op een methaanreductie in de veehouderij ter waarde van 1 Mton CO2-eq, een slimmer landgebruik met als gevolg een besparing van 1,5 Mton CO2-eq en een klimaatneutrale glastuinbouw die een emissiereductie van 1 Mton CO2-eq op moet leveren.

De ambities van de sectortafel reiken echter verder dan een besparingsdoelstelling van bij elkaar opgeteld 3,5 Mton. De sectortafel stelt een eigen emissiereductieambitie vast tussen de 5,9 en 6,2 Mton CO2-eq, verdeeld en geconcretiseerd over de drie voornoemde ‘besparingspijlers’ (veehouderij, landgebruik en kas). Onder het voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord was deze eigen doelstelling nog iets lager, namelijk een totaal tussen de 4,9 en de 5,1 Mton CO2-eq.

De sectortafel acht deze eigen ambitie haalbaar vanwege de te verwachten klimaatwinst door een bijdrage van de sector aan meer duurzame energie-opwek, de productie van biomassa, de reductie van kunstmestinzet geproduceerd met fossiele brandstoffen, de transitie naar minder zware grondbewerking en duurzamere tractoren en de beperking van de invoer van grondstoffen (palmpitten en soja) vanuit het buitenland. Deze totale eigen ambitie strookt volgens de sectortafel bovendien met de wens van het kabinet om 0,5 Mton extra in landgebruiksemissies verplicht te stellen en draagt tevens bij aan een mogelijke verhoging van de nationale reductiedoelstelling van 49% naar 55% in 2030.

De maatregelen

De sectortafel wijst op de in het regeerakkoord uitgesproken voorkeur voor de inzet van technische maatregelen – waaronder mestverwerking en het gebruik van kassen voor de opwek van hernieuwbare energie – boven maatregelen ter reducering van de veestapel. De sectortafel stelt daarnaast zelf de voorkeur te geven aan interventies die niet alleen leiden tot een betere koolstofbalans, maar ook bijdragen aan de transitie naar kringlooplandbouw. Hiermee kan ook een goede sociaal-economische positie voor de agrarische beroepsgroep worden bewerkstelligd, alsook een biodiversere groene ruimte, gezondere bodems, aantrekkelijke landschappen en weerbaarheid van Nederland voor de gevolgen van de klimaatverandering. De sectortafel erkent tot slot ook de noodzaak tot innovatie.

De door de sector te nemen maatregelen zijn verder thematisch uitgewerkt. Zo worden er actiepunten bevolen en afspraken vastgelegd aangaande veehouderij, landgebruik, glastuinbouw, landbodems en vollegrondsteelt, voedselconsumptie- en keten en bomen, bossen en natuur. Voorbeelden zijn de ontwikkeling en uitrol van nieuwe duurzame en emissiearme stalsystemen, de planning van pilots voor de realisering van veenweidegebieden, de realisering van minimaal 35 nieuwe geothermieprojecten in de glastuinbouw, het opvoeren van de precisielandbouw, het voorkomen van voedselverspilling en de uitbreiding van bossen en natuurgebieden.

Afsluiting en vervolg

De sectortafel Landbouw en landgebruik heeft in het Ontwerp Klimaatakkoord een groot aantal afspraken opgenomen, die zowel de verschillende overheden als overige partijen bij het akkoord betreffen. Deze afspraken zien op specifieke acties waarmee wordt getracht het bereiken van de doelstellingen binnen de sector tussentijds te bewaken en zeker te stellen.

De sector geeft er met zijn inhoudelijke bijdrage aan het ontwerp-Klimaatakkoord blijk van zeer ambitieus te zijn. Duidelijk is dat de sector Landbouw en landgebruik een proactieve bijdrage wenst te leveren aan de noodzakelijke klimaat- en energietransitie.

Lees hier verder in het ontwerp-Klimaatakkoord, hoofdstuk C4 Landbouw en Landgebruik.