Dit is het vijfde deel van onze blogreeks over het ontwerp-Klimaatakkoord. In deze reeks bespreken wij verschillende onderwerpen waarover partijen aan de klimaattafels met elkaar afspraken hebben gemaakt. In dit bericht staat de verbreding van de SDE+-subsidieregeling naar SDE++ centraal.

Bedrijven en (non-profit)instellingen die hernieuwbare energie produceren, kunnen gebruik maken van de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+). De SDE+ is op dit moment het belangrijkste instrument om de productie van duurzame energie een impuls te geven. 2019 is het laatste jaar waarin de SDE+ -regeling in haar huidige vorm bestaat. Het ontwerp-Klimaatakkoord benadrukt dat de SDE+ vanaf 2020 wordt verbreed naar de Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++). Hiermee komen naast duurzame energie ook CO2-reducerende technieken voor subsidie in aanmerking.

Verbreding van SDE+ naar SDE++

Omdat de kostprijs van duurzame energie hoger is dan die voor energie uit fossiele brandstoffen, is de productie van duurzame energie (nog) niet altijd rendabel. Om te zorgen dat dit type energie toch wordt opgewekt, vergoedt SDE+ middels een exploitatiesubsidie het verschil tussen de kostprijs van de hernieuwbare energie en de marktwaarde van de geleverde energie: de onrendabele top. In 2018 was de SDE+ opengesteld voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte of een combinatie van hernieuwbare warmte én elektriciteit (WKK).

Kern van de in te voeren bredere SDE++ is dat ook CO2-reducerende technologieën in de industrie, evenals technieken die worden ingezet ter reductie van andere broeikasgassen zoals methaan, in aanmerking komen voor subsidie. Dit voor zover deze technieken marktrijp, relatief grootschalig en (op dit moment nog) onrendabel zijn. In totaal is hiervoor €985 miljoen beschikbaar, waarbij een indicatieve verdeling van middelen over de verschillende sectoren is gemaakt.

Het idee is dat subsidie-aanvragers voortaan gaan concurreren op basis van de benodigde hoeveelheid subsidie per vermeden ton CO2. Er wordt – mede vanwege de gevolgen hiervan voor de werking van het instrument – nog gekeken naar de wenselijkheid om (productie- of budget-) plafonds in te stellen voor bepaalde (categorieën van) technieken. De regeling zal in 2019 verder worden vormgegeven. In 2020 zal de regeling in werking treden.

Tot 2020 blijft de huidige SDE+ gericht op de stimulering van duurzame energie en zo bijdragen aan CO2-reductie.

Begrenzingen aan de regeling

Bovenstaande betekent dat technieken die al op een rendabele manier geëxploiteerd kunnen worden of via een ander instrument zoals beprijzen, normeren, of verplichten tot stand kunnen worden gebracht, niet via SDE++ subsidieverlening gestimuleerd hoeven te worden en hier dan ook niet voor in aanmerking komen.

De ondersteuning van de nog onrendabele technieken is bovendien van tijdelijke aard, waarbij er uitzicht is op integratie in de markt zonder subsidie. Niet-marktrijpe technieken worden op andere manieren via het innovatiebeleid en de pilots en demonstraties (via de klimaatenveloppe) gestimuleerd. Ook de cruciale randvoorwaarden voor de uitrol van CO2-reducerende technieken, zoals de aanwezigheid van (energie)infrastructuur of het voorkomen van onwenselijke neveneffecten, zal via wet- en regelgeving of via een ander instrumentarium worden geborgd.

Technieken die vooralsnog in aanmerking komen voor de SDE++ zijn:

  • Elektriciteit: grootschalig zon, wind op land, wind op zee.
  • Industrie: onder meer opties voor Carbon Capture and Storage (CCS) in de industrie, Carbon Capture and Usage (CCU), biomassaketels, elektrificatie, recycling en hernieuwbare grondstoffen.
  • Gebouwde omgeving: lage temperatuurbronnen, grootschalige warmte (o.a. geothermie), groen gas.
  • Mobiliteit: opschaling van de productie van biobrandstoffen.
  • Landbouw en landgebruik: onder meer geothermie, kassen met ledverlichting, methaanoxidatie buitenopslag en monovergisting van mest.

De diverse technieken zijn geordend naar sector, maar kunnen in elke sector worden toegepast.

Lees hier verder in het ontwerp van het Klimaatakkoord, hoofdstuk D9 Uitgangspunten uitwerking Verbreding SDE+.