Dit is het vierde deel van onze blogreeks over het ontwerp Klimaatakkoord. In deze reeks bespreken wij verschillende onderwerpen waarover partijen aan de klimaattafels met elkaar afspraken hebben gemaakt. In dit bericht staat burgerparticipatie centraal. 

Het Klimaatakkoord raakt aan hoe wij wonen, werken en leven. De boodschap van het ontwerp Klimaatakkoord is helder: zonder draagvlak onder de burgers kan de energietransitie niet slagen. Burgerparticipatie is cruciaal. In het voorstel voor de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord werd al benadrukt dat de juiste voorwaarden moeten worden gecreëerd om burgerparticipatie van de grond te krijgen (zie het eerdere blogbericht over burgerparticipatie in het voorstel voor de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord). Deze voorwaarden krijgen in het ontwerp Klimaatakkoord meer vorm. De sectortafels ‘Gebouwde omgeving’ en ‘Elektriciteit’ zijn hierin het meest concreet. Reden voor ons om hierop in te zoomen. Het ontwerp Klimaatakkoord bevat daarnaast afspraken die de sectortafels overstijgen.

Gebouwde omgeving

De sectortafel Gebouwde omgeving staat aan de vooravond van een grote verbouwing. De doelstelling is om een reductie van 3,4 Mton CO2 te bereiken in 2030. Om dit doel te halen zijn aan deze sectortafel afspraken gemaakt voor een gefaseerde en programmatische aanpak, waarbij gewerkt wordt aan een voortvarende start en aan de voorwaarden voor latere opschaling en uitrol. Hierbij speelt participatie een belangrijke rol en wel in het bijzonder bij de ‘wijkgerichte aanpak’.

De wijkgerichte aanpak is erop gericht de transitie naar aardgasvrije wijken in goede banen te leiden. Gemeenten zullen per wijk een afweging moeten maken wat de beste oplossing is als huizen niet langer met de cv-ketel worden verwarmd. Per wijk kan deze oplossing verschillen en dus moet er een uitvoeringsplan op wijkniveau (wijkplan) komen.

Gemeenten hebben de regie, maar uit de praktijk blijkt dat deze transitie succesvoller verloopt naarmate burgers daarin meer met elkaar en met de (lokale) overheid optrekken. Om de wijkgerichte aanpak van de grond te krijgen en tot een zorgvuldig afwegingsproces te komen, is daarom afgesproken dat gemeenten, burgers en andere stakeholders worden ondersteund vanuit een leidraad. Deze leidraad is erop gericht om de keuze voor de maatschappelijk meest kosteneffectieve opties en de kosten voor de eindgebruiker objectief in beeld te brengen. Daarnaast zullen de rijksoverheid in samenwerking met onder meer VNG en andere betrokkenen een handreiking over participatie opstellen. Verder wordt er door een groep bewonersinitiatieven – de zogenoemde participatiecoalitie – gewerkt aan een ondersteuningsstructuur voor bewoners, waarmee ze decentrale overheden kunnen ondersteunen bij het participatieproces.

Elektriciteit

De sectortafel Elektriciteit staat voor een flinke opgave. Er wordt gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh. Deze opgave is uitgewerkt in concrete afspraken voor hernieuwbare energie op land en wind op zee (hierover meer in een later blogbericht). Participatie en acceptatie zijn van groot belang voor de ruimtelijke inpassing en exploitatie van (grootschalige) energieprojecten. Hierover zijn aan de sectortafel Elektriciteit afspraken gemaakt.

De overheden zijn primair verantwoordelijk voor communicatie over nut en noodzaak van de energietransitie. Het ontwerp Klimaatakkoord laat zien dat verschillende handreikingen voor participatie worden opgesteld. Deze handreikingen kunnen worden benut om de beoogde werkwijze voor participatie een expliciete plaats te geven in ruimtelijke kaders, zoals de omgevingsvisies, omgevingsplannen en projectbesluiten. Een belangrijk handvat, omdat onder de huidige wet- en regelgeving – de Wro – onduidelijkheid bestaat over de vraag of een participatieproces bindend in ruimtelijke besluiten kan worden vastgelegd (interessant in dat kader is een uitspraak van de AbRvS van 11 juli 2018), waarin de Afdeling oordeelt over een participatieverplichting in een bestemmingsplan).

De initiatiefnemer doorloopt vervolgens een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vorm van participatie. Afspraken met de omgeving worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst. Op basis hiervan wordt een projectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het project participatie optimaal wordt ingericht. Het bevoegd gezag heeft hierin een controlerende rol. Opvallend is dat het ontwerp Klimaatakkoord inzet op een gelijkwaardige samenwerking in de ontwikkeling, bouw en exploitatie tussen partijen. Dit vertaalt zich “in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).” Een belangrijke belemmering voor participatie door de lokale omgeving is een gebrek aan kennis. Lokale initiatiefnemers kunnen gebruik maken van de kennis en expertise die voorhanden is bij een op te richten Expertisecentrum. Daarnaast zijn vooral de voorfinancieringskosten een belangrijke hindernis. InvestNL, ODE, IPO en VNG hebben uiterlijk in juli 2019 onderzocht of provincies en gemeenten het mogelijk kunnen maken dat autonome energiecoöperaties een beroep kunnen doen op een regeling, waarbij de onderzoeken en projectondersteuning, die noodzakelijk zijn voor het doen van een succesvolle vergunningaanvraag, kunnen worden gefinancierd. Bij een financial close van het project worden deze middelen weer teruggestort.

Tafel overstijgende afspraken

Het ontwerp Klimaatakkoord benoemt de ingrediënten van een aanpak om burgerparticipatie en versterking van het draagvlak integraal onderdeel te maken van de uitvoering van het Klimaatakkoord. De volgende 4 ingrediënten zijn sectortafel overstijgend.

  • Evenwichtige lastenverdeling. Uitgangspunt van het Klimaatakkoord is dat de transitie voor alle burgers en bedrijven haalbaar en betaalbaar is. Het vermijden van extra kosten is echter niet mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan klimaatbelastingen. Het ontwerp Klimaatakkoord benadrukt dat tegenover deze extra kosten ook financiële voordelen staan, zoals de inkomsten uit (mede)eigendom van installaties voor duurzame energieopwekking en financiële compensaties in de vorm van bijvoorbeeld subsidies.
  • Burgermonitor. Brede en actieve betrokkenheid van burgers is essentieel voor het slagen van de energietransitie. Op dit moment is er nog onvoldoende zicht op wat er onder burgers leeft. Het Sociaal en Cultureel Planbureau zal daar de komende tijd onderzoek naar doen. Door periodieke rapportages zal de ontwikkeling van draagvlak en burgerparticipatie worden gevolgd.
  • Brede publieksaanpak. De rijksoverheid ontwikkelt een brede publieksaanpak. Deze heeft tot doel burgers bewust te maken van hun persoonlijke rol in de transitie. De brede publieksaanpak kent twee elementen, een publiekscampagne (informeren in bijvoorbeeld massamedia) en een netwerkaanpak (makkelijker maken om zelf stappen zetten).
  • Burgerdialoog. In 2019 wordt een verkenning uitgevoerd om zicht te krijgen op welke manier burgers die nog afwachtend of moeilijk bereikbaar zijn, kunnen worden betrokken bij de uitvoering van het Klimaatakkoord. Gedacht wordt aan het creëren van een virtuele community om een dialoog te starten over de wensen en zorgen over klimaatverandering en het klimaatbeleid.

Lees hier verder in het ontwerp-Klimaatakkoord, hoofdstuk D5 Bevordering draagvlak.