Dit is het derde deel van onze blogreeks over het ontwerp-Klimaatakkoord. In deze reeks bespreken wij verschillende onderwerpen waarover partijen aan de klimaattafels met elkaar afspraken hebben gemaakt. In dit bericht staan de aan de Mobiliteitstafel gemaakte afspraken over elektrisch vervoer centraal.

Het kabinet heeft de ambitie om in 2030 een 100% emissieloze autoverkoop te bereiken. Aan de Mobiliteitstafel is deze ambitie uitgewerkt in een samenhangend pakket met normering, flankerend beleid, versnelde uitrol van de laadinfrastructuur en fiscale stimulering. Realisatie van de doelstelling om alle nieuwe auto’s in 2030 emissieloos te laten zijn, leidt tot een vloot van circa 2 miljoen elektrische auto’s en 3,5 Mton CO2-reductie. Daarvoor zijn 1,8 miljoen laadpunten nodig.

Voordelen elektrisch vervoer

De effecten van het beoogde pakket gaan verder dan alleen de CO2-reductie. Een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft uitgewezen dat aanzienlijke positieve effecten te verwachten zijn op het leefklimaat (vooral in steden en langs snelwegen) en daarmee ook op de gezondheid in Nederland. Ook zijn elektrische auto’s energie-efficiënter dan fossiele en kan door toepassing van slim laden worden bespaard op de benodigde verzwaring van het elektriciteitsnetwerk.

Normering

Als gevolg van EU-regelgeving kan Nederland niet zelfstandig CO2-normen opleggen. Als een voertuig in een EU-lidstaat een typegoedkeuring heeft verkregen, dan mag dit voertuig in de hele EU verkocht worden, dus ook in Nederland. De regels voor de interne markt staan het verbieden van de verkoop en de parallelimport van voertuigen met een conventionele verbrandingsmotor niet toe. Wel is normering mogelijk op andere onderdelen die bijdragen aan de groei van elektrisch vervoer.

De partijen aan de Mobiliteitstafel hebben daarover een groot aantal afspraken gemaakt. Zo zullen zij zich inzetten voor strengere EU-normen. Naar verwachting komt de Europese Commissie in 2023/2024 met een voorstel voor een nieuwe norm voor de periode na 2030. De inzet van Nederland is om de CO2-uitstoot van voertuigen ook in Europees verband zo spoedig mogelijk tot nul te reduceren.

Ook werkt de Rijksoverheid aan een normstellende regeling onder de Omgevingswet die de voor het klimaat negatieve effecten van werkgerelateerd (woon-werk en zakelijk) verkeer, goederenvervoer en eigen wagenparken terug te dringen. De regeling richt zich tot werkgevers die 100 of meer werknemers in dienst hebben. Er wordt ingezet op absolute normering, zoals een maximum uitstoot per werkgever. Deze norm houdt rekening met de locatie en het aantal werknemers. De norm wordt (na een adviestraject) in 2019 vastgesteld.

Daarnaast zeggen de overheden toe dat bedrijven die hun wagenpark hebben verduurzaamd een voordeel krijgen bij relevante aanbestedingen. Partijen gaan werken aan een verbeterde prijsvergelijking van het kopen en gebruiken tussen elektrische auto’s en fossiele auto’s, een aanpassing van het energielabel en een beperking voor de export van auto’s die met de aanschafsubsidie (die per 1 januari 2020 moet ingaan) zijn aangeschaft. Het wordt wettelijk mogelijk gemaakt om gedifferentieerde parkeertarieven te hanteren en het rijkswagenpark wordt in 2028 volledig emissieloos.

Versnelde uitrol laadinfrastructuur

Gemeenten, Provincies, Rijksoverheid, netbeheerders, bedrijfsleven en brancheorganisaties hebben gezamenlijk een Nationale Agenda Laadinfrastructuur opgesteld. De afspraken in deze agenda (die integraal onderdeel uitmaken van het Klimaatakkoord) leiden tot een landelijke dekking van (snel)laadpunten. In 2030 zal Nederland 1,8 miljoen laadpunten voor personenvervoer nodig hebben en nog eens 18.600 voor bestelauto’s en 7.4000 voor vrachtauto’s. Daarnaast zal de laadbehoefte van elektrische bussen, binnenvaartschepen en Light Electric Vehicles (LEV’s) groeien. Het realiseren van deze laadpunten is een stevige opgave waarbij in de laatste fase er ongeveer 700 laadpalen per dag gerealiseerd moeten worden.

De afspraken in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur zijn gericht op:

  • Het versnellen van het proces en het vaststellen van basisvoorwaarden voor de uitrol van publieke laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Bijvoorbeeld door borging van de afspraken in de Regionale  Energiestrategieën, omgevingsvisies en omgevingsplannen.
  • Het verbeteren van de informatievoorziening over de locatie en beschikbaarheid van laadpunten, laadprijstransparantie, gebruik van open protocollen in de laadketen en een open laadmarkt.
  • Het inzetten van smart charging om te zorgen voor een stabiel elektriciteitsnetwerk.
  • Het toekomstbestendig maken van laadinfrastructuur door in te zetten op innovatie.
  • Het realiseren van robuuste laadinfrastructuur voor (stads)logistiek die een verdere ingroei en ontwikkeling van elektrificering van mobiele werktuigen en elektrisch vervoer van goederen mogelijk maakt.

Financiële en fiscale stimulering

De Mobiliteitstafel is ook gekomen tot een aantal afspraken over financiële en fiscale stimulering van het elektrisch vervoer. Daarbij is rekening gehouden met het handelingsperspectief van consumenten en de risico’s van eventuele grenseffecten. Er wordt daarom zo veel mogelijk aangesloten bij het moment van aankoop. Om mensen die geen nieuwe auto kopen ook perspectief te bieden is expliciet gekeken naar de mogelijkheden om de tweedehandsmarkt op gang te brengen, door elektrische auto’s voor de Nederlandse markt te behouden en zo een beter aanbod op gang te brengen. Wij noemen enkele voorbeelden van de financiële en fiscale maatregelen:

  • Voor particuliere emissieloze auto’s komt een aanschafsubsidie die begint met €6.000 per auto (2021) en daalt naar € 2.200 (2030). Deze aanschafsubsidie is beschikbaar voor nieuw verkochte auto’s tot een  maximum van €60.000.
  • Voor zakelijke emissieloze auto’s wordt over een maximum van €50.000 van de catalogusprijs (voor batterij-elektrisch) een verlaagde bijtelling gehanteerd.
  • Emissieloze auto’s blijven vrijgesteld van het betalen van de BPM tot en met 2024. Vanaf 2025 betalen zij een vaste voet van 350 euro.
  • Vanaf 2025 betalen emissieloze auto’s een oplopend percentage van (het rijksdeel van) de MRB beginnend bij 25% (2025) tot 45% (2030).
  • Er komt een innovatietoeslag op het bezit van alle auto’s en een innovatietoeslag op de aanschaf van niet-emissieloze personenauto’s. Dit zijn doelheffingen, gekoppeld aan de duur van de stimulering voor emissieloze auto’s.
  • De accijnzen op benzine en diesel worden verhoogd.

Flankerend beleid

Naast de normerende maatregelen, financiële prikkels en het zorgen voor afdoende laadinfrastructuur zijn volgens de Mobiliteitstafel ook flankerende maatregelen nodig om de drempel voor de overstap naar elektrisch vervoer te verlagen. Hierbij wordt onder meer gedacht aan een publiekscampagne, een branche-brede opleiding voor autoverkopers en een tool waarin de kosten tussen fossiele en elektrische auto’s kunnen worden vergeleken. Ook wordt ingezet op het verkrijgen van meer inzicht in de levensduur en oplaadcapaciteit van autobatterijen, zodat een uniforme batterijcheck kan worden ingevoerd. Verder wordt het elektrificeren van leaseauto’s, deelauto’s en gemotoriseerde tweewielers met verschillende maatregelen ondersteund. De maatregelen komen ook ten goede aan de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s, die nu nog zeer beperkt is.

Lees hier verder in het ontwerp van het Klimaatakkoord, hoofdstuk C2.4 Afspraken Elektrisch vervoer.