Dit is het eerste deel van onze blogreeks over het ontwerp-Klimaatakkoord. In deze reeks bespreken wij verschillende onderwerpen waarover partijen aan de klimaattafels met elkaar afspraken hebben gemaakt. In dit bericht staat het onderwerp duurzame biomassa centraal.

Bij het tijdig realiseren van de energietransitie zijn alle vormen van betaalbare, hernieuwbare energie nodig om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en de CO2-uitstoot te verlagen. Zo ook biomassa. Onder biomassa verstaan we plantaardig en dierlijk materiaal, dat kan dienen als energiebron in de vorm van brandstof of grondstof. Biomassa is niet klimaatneutraal, maar kan een flink CO2-voordeel hebben wanneer dit in de plaats komt van brandstoffen met een hogere uitstoot aan broeikasgassen, zoals aardgas en kolen. Ook zorgt het voor energiezekerheid doordat hiermee tekorten in elektriciteitsproductie door wind en zon kunnen worden opgevangen. Alleen biomassa met een duurzame herkomst, verwerkingswijze en toepassing kan werkelijk bijdragen aan het realiseren van de klimaatopgave. Partijen bij het Klimaatakkoord zetten hier dan ook stevig op in.

Toepassingen van biomassa

Biomassa wordt in alle klimaatsectoren gebruikt. Denk aan de gebouwde omgeving, waarin hout voor constructie en vezels als isolatie worden toegepast. Of het gebruik van dierlijke mest in de landbouw ter bevordering van de bodemvruchtbaarheid en de koolstofvoorraad in de bodem. Om ‘van het gas af te gaan’ zijn er nu al projecten in Nederland waarbij biomassa aardgas vervangt en zorgt voor de levering van (grootschalige) duurzame warmte aan huishoudens en bedrijven en hoge-temperatuur-warmte aan de industrie.

Ontwikkeling van duurzaamheidscriteria

Op dit moment gelden er via de Wet Milieubeheer en in Europees verband via de aangepaste Richtlijn Hernieuwbare Energie, al wettelijke duurzaamheidscriteria voor specifieke biomassastromen. Daarnaast maken veel partijen vrijwillig gebruik van private certificeringsprogramma’s om de duurzaamheid van biomassa te garanderen en aan te kunnen tonen. Het ontwerp-Klimaatakkoord presenteert een proces naar een integraal duurzaamheidskader, geldend voor alle biomassa en alle toepassingen, voor zover bestaande juridische kaders daar nog niet in voorzien. Deze criteria moeten uiteraard handhaafbaar zijn.

Biomassa op termijn schaars

Op mondiaal niveau zal het aanbod van duurzame biomassa op termijn schaars worden, voornamelijk in de periode na 2030. Daarom kan biomassa in de periode tot 2030 dienen als transitiebrandstof en op de langere termijn worden ingezet voor hoogwaardige toepassingen in de economische sectoren waar weinig alternatieve aandrijfbronnen zijn, bijvoorbeeld als grondstof in de industrie en als brandstof in zware voertuigen en bij lucht- en scheepvaart. Voor het overige zullen er biomassa-vrije alternatieven moeten worden ontwikkeld.

Verder gemaakte afspraken aan de klimaattafels

Tegen de achtergrond van de onzekerheid over de beschikbaarheid van duurzame biomassa en de milieueffecten van het gebruik ervan, zijn aan de klimaattafels verder onder meer de volgende afspraken gemaakt:

·         Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zal jaarlijks inzicht bieden in de ontwikkeling van vraag en aanbod van duurzame biomassa en eventuele knelpunten in de beschikbaarheid van duurzame biomassa tijdig signaleren.

·         De sectortafel Gebouwde omgeving beziet op basis van de warmteplannen die in 2021 beschikbaar zullen zijn, of en hoe zou kunnen worden gestuurd op het spaarzaam omgaan met biomassa voor de verwarming van gebouwen door dit alleen daar in te zetten waar geen duurzaam alternatief is of dat alternatief veel duurder is.

·         Zodra partijen op basis van de jaarlijkse monitoring door het PBL knelpunten in de beschikbaarheid van duurzame biomassa in de periode voor 2030 verwachten, stelt het kabinet zich terughoudend op bij het afgegeven van nieuwe subsidiebeschikkingen ter stimulering van het gebruik van biomassa.

·         De Industrietafel zal samen met de Elektriciteitstafel in 2019 een routekaart uitwerken over de wijze waarop partijen toewerken naar de inzet van duurzame biomassa op de middellange termijn.

·         Waar de toepassing van biomassa voor energie leidt tot een verslechterde luchtkwaliteit, wil het kabinet vanaf 2022 de luchtkwaliteitsemissienormen voor kleine installaties, zoals pelletkachels, aanscherpen.

·         Een van de maatregelen die zou moeten stimuleren dat de benodigde biomassa in de mobiliteitssector zo duurzaam mogelijk is, is de inzet van geld uit de nieuwe verbrede SDE++-subsidieregeling voor de productie van biobrandstoffen en hernieuwbare synthetische brandstoffen in Nederland. Het voorstel is om hiervoor €200 miljoen uit de SDE++ te reserveren, op zijn vroegst vanaf 2020.

Lees hier verder in het ontwerp van het Klimaatakkoord, hoofdstuk D2 Biomassa.