Bij de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen is een belangrijke rol weggelegd voor provincies. Niet alleen hebben provincies een taak waar het gaat om de opschaling van hernieuwbare energieopwekking door middel van onder meer wind op land, ook vormen ze de schakel tussen het Rijk, netbeheerders, waterschappen, gemeenten, burgers en vastgoedeigenaren. Voor het slagen van de energietransitie is het dus van belang dat provincies een sterke invulling geven aan hun (regie)rol! Met het oog hierop hebben de provinciale Rekenkamers vergelijkend onderzoek gedaan naar de inzet van de provincies in het kader van deze transitie. Deze maand verscheen het eindrapport.

Aanbevelingen

In het rapport komen de Rekenkamers met een reeks aanbevelingen voor de provincies. Hieronder lichten wij deze puntsgewijs toe.

·         Allereerst benadrukken de Rekenkamers dat het van belang is dat Provinciale Staten (PS) zich bewust zijn van hun kaderstellende rol door ambities te formuleren voor de korte en lange termijn, waarbij ook voldoende ruimte is voor de inbreng van en uitvoering door partners in het netwerk. Hierbij valt te denken aan bedrijven, inwoners, andere decentrale overheden, milieufederaties, netwerkbedrijven en kennisinstellingen. “Pak uw rol als ambassadeur door betrokken te zijn in het gezamenlijke proces”, aldus de boodschap van de Rekenkamers aan de provincies.

·         Alle provincies hebben een energieprogramma of -agenda opgesteld, veelal bij de start van de collegeperiode 2015-2019. De Rekenkamers raden Gedeputeerde Staten (GS) aan om concrete (tussen)doelen op te stellen en bij aanvang van het (nieuwe) energieprogramma door te rekenen wat haalbaar is aan energiebesparing, productie van hernieuwbare energie en CO₂-reductie. Zo wordt de weg richting einddoel zichtbaar en de grote opgave concreet en behapbaar.

·         Aan de hand van de Regionale Energiestrategieën (RES), die na de daadwerkelijke ondertekening van het Klimaatakkoord zullen worden ontwikkeld, maken provincies samen met gemeenten en waterschappen de regionaal gedragen keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur. De Rekenkamers stellen voor om in de Regionale Energiestrategieën zoveel mogelijk dezelfde termen te gebruiken als het gaat om het formuleren van doelstellingen en ambities. Bijvoorbeeld CO₂-reductie in tonnen en opwekking van hernieuwbare energie of energiebesparing in petajoule (PJ) en als % van het finale gebruik.

·         Alle provincies verstrekken subsidies voor de energietransitie en bijna iedere provincie beschikt over een fonds gericht op energiedoelen. De Rekenkamers achten het wenselijk om in het kader van de publieke verantwoording inzichtelijk te maken welke financiële impuls de provincies geven aan de energietransitie en raden provincies aam middelen op een eenduidige manier te ‘labelen’.

·         Provincies zetten voor de energietransitie instrumenten als kansenkaarten, menukaarten, atlassen en dashboards in, om zicht te bieden op de potentie, kansen en mogelijkheden voor het opwekken van hernieuwbare energie. De Rekenkamers adviseren om door middel van interprovinciale evaluaties van deze instrumenten een gezamenlijke leeragenda op te stellen. Zo ontstaat inzicht in faal- en succesfactoren.

Gegeven de dynamiek en de onvoorspelbaarheid van dit thema, zullen provincies het evenwicht moeten zoeken tussen ruimte laten en meten & weten, willen zij de grote uitdaging van de energietransitie op een goede manier het hoofd bieden. Met de suggesties die uit het onderzoek naar voren komen hebben de Rekenkamers daaraan een bijdrage willen leveren. Het is aan de provincies om daar nader invulling aan te geven.

Meer weten? Lees hier het rapport ‘Energie in transitie. Een vergelijkend onderzoek naar de inzet van de provincies in de energietransitie’ van de provinciale Rekenkamers.