De regering voert een ambitieus klimaatbeleid: een vermindering van de broeikasgasuitstoot van 49% in 2030 – in Europees verband inmiddels aangescherpt naar 55%. Uiteindelijk moeten we naar een 100% CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050. Deze ambitie moet gerealiseerd worden door een Klimaatwet en een Klimaatakkoord. Over het Klimaatakkoord wordt nog druk onderhandeld aan de verschillende sectortafels. Het initiatiefwetsvoorstel tot een Klimaatwet is op dit moment in behandeling bij de Tweede Kamer. De wet biedt “stabiliteit en voorspelbaarheid voor het beleid voor de komende decennia”, aldus minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in de kabinetsappreciatie van het wetsvoorstel.

Nationale langetermijndoelstellingen uitstoot broeikasgas

In de beoogde Klimaatwet worden bovengenoemde nationale langetermijndoelstellingen wettelijk verankerd. Het wetsvoorstel is daarmee volgens minister Wiebes een ondersteuning van het kabinetsbeleid en bovendien in lijn met de Nederlandse verplichtingen uit het Klimaatakkoord van Parijs. Ook betekent het vastleggen van doelen in een wet volgens de minister meer investeringszekerheid voor bedrijven en huishoudens. Het voorstel kan op de steun van zeven fracties in de Tweede Kamer rekenen.

Klimaatplan onderdeel van Klimaatwet

In de Klimaatwet wordt een vijfjaarlijks Klimaatplan geïntroduceerd. Hierin wordt het klimaatbeleid van het kabinet in samenhang gepresenteerd en zal het kabinet moeten aangeven met welke maatregelen zij de gestelde doelen wil behalen. Voor de inhoudelijke invulling van het Klimaatplan kan aansluiting worden gezocht bij onder meer de afspraken die worden gemaakt in het kader van het Klimaatakkoord en de jaarlijkse energie- en klimaatplannen die moeten worden ingediend bij de Europese Unie (INEK). Het Klimaatplan kan eens per twee jaar worden bijgesteld.

De Klimaatwet legt de onderwerpen die in het Klimaatplan moeten worden opgenomen wettelijk vast, maar stelt geen inhoudelijke kaders. Het is vervolgens aan het kabinet om te bepalen welke maatregelen er in het plan kunnen worden opgenomen en welke criteria en wegingsfactoren bij de keuze van maatregelen een rol spelen. Het wetsvoorstel laat in deze vorm volgens Wiebes dan ook voldoende ruimte voor het kabinet om tot “een gedragen klimaatbeleid te komen en dit beleid bij te sturen als er zich nieuwe ontwikkelingen voordoen”.

Klimaat- en Energieverkenning

Ook wordt in de Klimaatwet vastgelegd op welke wijze over het gevoerde beleid wordt gerapporteerd, namelijk middels de Klimaat-en Energieverkenning (KEV) die jaarlijks wordt opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De KEV geeft cijfermatig inzicht in de voortgang van het nationale klimaat- en energiebeleid en – op basis van het vastgestelde en voorgenomen beleid – projecties richting de toekomst. Daarbij brengt het PBL in beeld wat de stand van zaken is met betrekking tot het realiseren van het streefdoel voor 2030 en kan waar nodig worden aangeven waar reducties achterblijven. Middels de zogenoemde Klimaatnota kan het kabinet op de constateringen van de KEV reageren.

Het kabinet stemt in met deze vorm van monitoring, waarbij het van belang is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande Europese en mondiale rapportageverplichtingen. Het kabinet benadrukt daarbij wel dat de KEV niet moet leiden tot het jaarlijks bijstellen van indicatieve opgaves die sectoren in het kader van het Klimaatakkoord hebben gekregen en/of het substantieel bijstellen van maatregelen. Dit in verband met de stabiliteit van het klimaatbeleid en de eerdergenoemde investeringszekerheid voor huishoudens en bedrijven.

Rol Raad van State

Het initiatiefvoorstel regelt dat de Raad van State op vaste momenten adviseert over het klimaatbeleid: vijfjaarlijks over het ontwerp-Klimaatplan en jaarlijks over de concept-kabinetsreactie op de Klimaat- en energieverkenning (KEV). Het kabinet kan met instemming reageren op de rol die de Raad van State in dit verband krijgt. Ook de Raad zelf heeft aangegeven zich te kunnen vinden in deze rol en deze uit te kunnen voeren. Minister Wiebes waardeert dat de initiatiefnemers hebben gekozen voor het versterken van een bestaand en vertrouwd adviesorgaan van de regering, in plaats van het optuigen van een nieuw instituut voor het betreffende toezicht, hetgeen oorspronkelijk de bedoeling was.

Tot slot

Het kabinet is kortom positief over het voorstel voor een Klimaatwet zoals die er nu ligt. Deze kabinetsreactie geeft richting voor het debat met de Tweede Kamer en brengt ons weer een stapje dichterbij de wet! Wij houden u op de hoogte van de relevante ontwikkelingen op dit gebied.

Lees hier de kabinetsappreciatie van de Klimaatwet van 30 november 2018 en zie over de Klimaatwet ook onze eerdere blogs Akkoord over de Klimaatwet en Nieuwe stap Klimaatwet: Advies Afdeling advisering van de Raad van State.