De Bosplaat op Terschelling, 23 juli 2018. Lamsoor in volle bloei, alleen – door de hittegolf – in de verkeerde maand. Klimaatverandering plaatst ons voor een enorme uitdaging. Het Klimaatakkoord van Parijs heeft tot doel de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5° C. Door Nederland wordt ingezet op een verlaging van de Nederlandse CO2-emissies in 2030 (!) met zo’n 49% ten opzichte van 1990. Burgers, overheden en zeker ook bedrijven zullen een aanzienlijke inspanning moeten verrichten om de benodigde klimaat- en energietransitie te verwezenlijken. Om de emissiereductiedoelstellingen van het Klimaatakkoord te halen maakt het kabinet ruim baan voor de realisering van wind- en zonneparken, het terugbrengen van het aantal gasaansluitingen bij woningen, de winning van bodemenergie, het gebruik van restwarmte, het stimuleren van elektrisch rijden en het verminderen van CO2-uitstoot. Ook de afvang en opslag van CO2 wordt gezien als één van de mogelijkheden om broeikasemissies te beperken.

Het bedrijfsleven zal van alle mogelijke kanten te maken krijgen met de gevolgen van de benodigde energietransitie. Zo is aardgasvrij bouwen inmiddels de norm. Bestaande woningen zullen op termijn worden afgesloten van het gastransportnet. En ook de industrie moet van het gas af. De inzet is dat er uiterlijk in 2022 geen industriële grootgebruikers meer zijn die nog laagcalorisch (Gronings) gas gebruiken. Ontwikkelingen die kansen bieden voor het bedrijfsleven, de roep om innovatieve oplossingen is groot.

Benzine en diesel zullen op termijn niet meer wenselijk zijn als brandstof voor auto’s, vrachtauto’s en schepen. Oplossingen worden gevonden in elektrisch vervoer en het gebruik van waterstof en biobrandstoffen. Projecten realiseren met oud materieel met een navenante ouderwetse CO2-uitstoot is anno 2018 geen optie meer.

Grondstoffen zijn schaars. Het wordt steeds belangrijker om de beschikbare grondstoffen zo efficiënt mogelijk te (her)gebruiken. Dat geldt in het bijzonder voor de industrie als grootgebruiker van grondstoffen.

Nederland moet zich voorbereiden op de negatieve gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast en hittestress. Klimaatadaptatie is een must. We kunnen niet meer zonder plensbuibestendige tuinen, waterpleinen en ondergrondse waterbergingen in steden. Met het oog op watertekort in tijden van droogte is er behoefte aan grootschalige zoetwateropslag. Begin dit jaar was ik in Kaapstad. Ik kan u verzekeren dat watergebruik van maximaal 50 liter per dag geen pretje is. Maar het is wel realiteit, dáár en voordat je het weet ook híer. Toen ik klein was bestond het badje in de tuin uit een ijzeren teil met een bodempje water. Tegenwoordig schieten op Facebook de vierpersoonsopblaasbaden voorbij en worden zelfs op het hoogtepunt van de droogte van afgelopen juli de tuinen nat gehouden met drinkwater. Wat is er mis met, zoals in Kaapstad, het opvangen van douchewater om de plantjes nat te houden of de wc door te spoelen?

Een ding is duidelijk. De bedreigingen die voortkomen uit de klimaatverandering zullen moeten worden omgezet in kansen. Natuurlijk ligt daar een belangrijke rol voor overheid en burgers, maar juist de innovatieve denkkracht en ondernemersgeest van het bedrijfsleven zijn essentieel om de 1,5 Celsius-challenge succesvol aan te kunnen gaan.

Deze column is verschenen in het Magazine Grond/Weg/Waterbouw.