In dit blogbericht gaan wij in op een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 6 juli 2016. Waarom? Omdat de uitspraak het belang van klimaatadaptatie signaleert en antwoord geeft op de vraag of de gemeente aansprakelijk is bij extreme regenbuien. Regenbuien worden door klimaatverandering namelijk steeds extremer, riolen kunnen het water niet meer afvoeren en straten staan blank. Met alle schade tot gevolg.

Wat was er aan de hand?

Eisers stellen de gemeente Cuijk (hierna: de Gemeente) aansprakelijk voor de schade die is geleden als gevolg van hevige regenval. Het riool had onvoldoende capaciteit om het regenwater te verwerken, waardoor het regenwater en uittredend rioolwater via de weg en tuinen afstroomt naar het laagste punt. Dat laagste punt is de woning, garage en tuin van eisers.

In de uitspraak staat de vraag centraal of de Gemeente had moeten voorkomen dat hemelwater en/of uittredend rioolwater afstroomt van de openbare ruimte naar het lager gelegen perceel van eisers.

Publiekrechtelijke positie Gemeente

De eerste vraag die de rechtbank beantwoordt, is of de Gemeente onrechtmatig jegens eisers heeft gehandeld door een – voor inzameling en afvoer van hemelwater – ontoereikend riool in stand te houden en daarmee haar publiekrechtelijke zorgplicht te verzaken.

In dat kader is met name de hemelwaterzorgplicht (artikel 3.5 Waterwet) relevant. De gemeentelijke hemelwaterzorgplicht omvat feitelijk niet meer dan het door de gemeente aanbieden van een voorziening, waarin het hemelwater kan worden geloosd. Hoe de gemeente dat afvloeiend hemelwater inzamelt en verwerkt is niet voorgeschreven. Het dient wel doelmatig te gebeuren. De zorgplicht in artikel 3.5 Waterwet is een inspanningsverplichting.

Wordt hier voldaan aan de inspanningsverplichting van de Gemeente? De rechtbank acht daarbij allereerst van belang dat de neerslagwaarden hoger waren dan bij een standaard bui. De regenval was bovendien heviger dan waarvoor het rioolstelsel in de jaren 70 was ontworpen. Er was daarnaast geen aanleiding te veronderstellen dat de onderhoudstoestand van de riolering en/of de situering van de straatkolken van wezenlijke invloed zijn geweest op het ontstaan van de wateroverlast. De Gemeente heeft tot slot nog actief rekening gehouden met de gevolgen van de toename van extreme regenval door onder meer te werken aan capaciteitsvergroting. De rechtbank overweegt daarom dat aan de inspanningsverplichting is voldaan en derhalve dat de zorgplicht niet is geschonden.

Privaatrechtelijke positie Gemeente

Toch komt de rechtbank tot het oordeel dat de Gemeente wél aansprakelijk is voor de door  de hevige regenval ontstane schade. Dat zit ‘m dus niet in schending van de zorgplicht, maar in de verantwoordelijkheid die de gemeente als eigenaar van openbare erven jegens naburige erven heeft.

Artikel 5:38 BW bepaalt dat lager gelegen erven het water moeten ontvangen dat van hoger gelegen erven van nature afloopt. Op grond van artikel 5:39 BW mag de eigenaar van een erf niet op een wijze die onrechtmatig is aan eigenaren van andere erven hinder toebrengen door wijzigingen te brengen in de loop, hoeveelheid of hoedanigheid van over zijn erf stromend water.

De rechtbank onderscheidt in haar uitspraak twee vormen van waterafloop: (1) het ‘gewone’ water dat de openbare ruimte afloopt en (2) het rioolwater dat uit kolken en putten is opgekomen. Bij de eerste vorm dienen eisers de waterafloop te ontvangen (artikel 5:38 BW). Dat de afloop gevolg is van een wijziging in straatprofiel of door ingrijpen anderszins sinds de bouw van de woning wijziging is ontstaan in de belasting van het perceel met aflopend hemelwater is niet gesteld of gebleken (artikel 5:39 BW). De tweede vorm van waterafloop, het rioolwater, had de Gemeente wel moeten voorkomen. Het rioolwater dat uit kolken en putten is opgekomen vindt de rechtbank geen van nature aflopend water als bedoeld in artikel 5:38 BW.

Om te voorkomen dat in de toekomst bij elk geval van waterschade berekend moet worden welk deel van de schade ziet op water dat van nature afloopt, en welk deel van de schade ziet op aflopend rioolwater, houdt de rechter de zaak aan. Van eisers wordt verwacht dat zij maatregelen treffen tegen de eerste vorm van schade.

Conclusie

Als gevolg van de klimaatverandering worden regenbuien steeds extremer. Om deze ontwikkeling het hoofd te bieden, moeten overheden op een andere manier omgaan met de inrichting van de openbare ruimte. Dat proces is onderdeel van klimaatadaptatie.

Rb Oost-Brabant 6 juli 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016L3604