In december 2015 is de Wet Stroom in de Eerste Kamer verworpen. De minister van Economische Zaken heeft nu, na advies van de Raad van State, een nieuw wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel beoogt de vertraging in de uitvoering van het Energieakkoord te beperken door op korte termijn alsnog de noodzakelijke bepalingen voor het elektriciteitsnet op zee en een versnelling van de realisatie van wind op land te regelen.

Inhoud wetsvoorstel

Op 22 december 2015 is de Wet Stroom in de Eerste Kamer verworpen, zie daarvoor ons eerdere blogbericht. Het nieuwe wetsvoorstel (‘Voorstel van wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 (tijdig realiseren doelstellingen Energieakkoord’)) bevat een onderdeel van de Wet Stroom waar de Eerste Kamer geen bezwaren tegen had. Dat onderdeel betreft de regels over de ontwikkeling van een elektriciteitsnet op zee. Het net op zee is nodig om de doelstellingen uit het Energieakkoord tijdig te behalen.

Om de doelstellingen ten aanzien van wind op land te realiseren is in het wetsvoorstel een verbetering van de provinciale coördinatieregeling en een gedoogplicht opgenomen.

Verder bevat het nieuwe wetsvoorstel regels om de aansluitprocedure van het net op zee, en de aanleg van windparken op land, te versnellen. Deze versnelling houdt in dat de investeringen daarvoor al worden gesubsidieerd respectievelijk doorberekend in de tarieven als de ruimtelijke plannen voor de aanleg van het net op zee en de windparken op land nog moeten worden afgerond.

Advies Raad van State

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een advies uitgebracht over het nieuwe wetsvoorstel, dat tegelijkertijd met de indiening  van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer openbaar is geworden. Het advies van de Raad van State bevat de volgende punten en vragen:

  • Hoe verhoudt de keuze om de kosten voor het net op zee niet door te berekenen, zich tot de Europese regelgeving die ervan uitgaat dat deze kosten wel in de tarieven worden doorberekenend?
  • Het aspect staatsteun blijft in het wetsvoorstel onderbelicht, terwijl het niet doorberekenen van de kosten in de tarieven kan leiden tot voordelen voor de energie-intensieve industrie.
  • Het wetsvoorstel bevat een bepaling die de ruimte van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) inperkt om te controleren of Tennet de ontvangen subsidie efficiënt besteedt. Hierdoor ontstaat er spanning met de onafhankelijkheid van de toezichthouder ACM.
  • Er bestaat nog geen goed inzicht in de omvang van de investeringen bij het versnellingsproces, ook is er onduidelijkheid over de praktische gevolgen van de berekening van de subsidies en tarieven als de investeringen later anders blijken uit te pakken.

Nader rapport Minister

De Minister heeft het wetsvoorstel op bepaalde onderdelen aangepast door de toelichting aan te vullen, andere onderdelen van het advies worden niet overgenomen. Zo is het aspect staatssteun veel uitgebreider toegelicht en is aangegeven hoe de voorgestelde regulering van de toegestane inkomsten zich verhoudt tot de Europese tariefregulering. Met betrekking tot het punt over de onafhankelijkheid van ACM, neemt de Minister het advies niet over. De Minister is van mening dat het wetsvoorstel in lijn is met de Europese regels over bevoegdheidsverdeling tussen de wetgever en de toezichthouder. Ten aanzien van de berekening van de subsidies en tarieven wijst de Minister erop dat het wetsvoorstel een correctiemechanisme voor de regulering van de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het net op zee bevat, waardoor er achteraf wordt getoetst of de gemaakte kosten overeenkomen met de geschatte kosten en of de gemaakte kosten doelmatig zijn. Het wetsvoorstel  hoeft daarom niet te worden gewijzigd.

Hoe nu verder?

Het wetsvoorstel zal nu in de Tweede Kamer worden behandeld, de planning is erop gericht om het wetsvoorstel op 1 april a.s. in werking te laten treden, zie de Kamerbrief Vervolg wetgevingsagenda STROOM.

Bronnen: